Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 27 november 2009

Bestuurdersdag "Drank, Alcohol en Jeugd" levert interessante gezichtpunten op

Vrijdag 13 juni was de jaarlijkse bestuurdersdag van D66Noord-Holland. Thema was deze keer Drank, Alcohol en Jeugd. Een thema waar veel gemeenten in meer of mindere mate beleidsmatig mee te maken hebben. Zorgelijk is, dat jongeren meer drinken en op steeds jongere leeftijd. Het aantal jongeren in de leeftijd van 12 t/m 14 jaar, dat al alcohol gedronken heeft is 47%, een verdubbeling t.o.v. tien jaar geleden. Het zelf mengen van drank (thuis indrinken) en het veel drinken in korte tijd (coma-zuipen) loopt uit de hand, want men houdt geen maat. Met als gevolg met steeds meer black-outs en alcoholvergiftigingen bij jongeren. <?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />

De bestuurdersdag was in het Westfries Museum in Hoorn. Niet geheel toevallig is voor Hoorn en de regio West-Friesland gekozen, want deze regio behoort landelijk (en zelfs Europees) tot de absolute top. In negatieve zin dan: veel jongeren drinken veel alcohol en men begint al op 11,5 jarige leeftijd. Bovendien weten veel ouders niet dat hun kinderen drinken of vinden het geen echt probleem. Een biertje of wijntje hoort erbij. Zo wordt het probleem van generatie op generatie doorgegeven. Dit is zorgwekkend en dat vereist dat alcohol en jongeren hoog op de agenda blijft. De gemeenten in West-Friesland plus Schagen nemen het probleem serieus en hebben o.a. een convenant getekend met de minister van Binnenlandse zaken om te komen tot een gesamenlijke aanpak.

Om ideeën en ervaringen uit te wisselen heeft D66Noord-Holland verschillende sprekers uitgenodigd. Leendert Faber gaf op basis van cijfers van het Riagg en gezondheidsonderzoek een toelichting bij de schadelijkheid van alcohol. Frank van Hoek stond stil bij wat Brijder Verslavingszorg doet en Ben Tap van Horeca Nederland lichtte toe hoe de horeca hiertegen aankijkt. Verder vertelde Gerrit Westerink, burgemeester van Schagen, het e.e.a. over het convenant en de eerste ervaringen. Tenslotte konden de aanwezige D66'ers vragen stellen en werd over een aantal zaken gediscussieerd. Hetgeen hieronder staat in een korte samenvatting van alle presentaties en discussie. Het is zeker niet volledig, maar de belangrijkste aandachtspunten en conclusies komen hierin terug.

Wat zijn nu de gevolgen van alcohol op jonge leeftijd?

Alcohol heeft schadelijke gevolgen voor de hersenen. Doordat de wetenschap steeds meer weet over de ontwikkeling en werking van de hersenen, worden ook de gevolgen van alcohol steeds duidelijker. Dacht men vroeger dat 95% van hersenen reeds na 6 jaar volgroeit waren, nu is duidelijk dat aandacht/motivatie/planning pas in 12 tot 22 jaar tot ontwikkeling komen en emotie/taal pas na 15-20 jaar. Doordat jongeren meer en steeds jonger alcohol nuttigen komen de hersenen niet tot volle ontwikkeling. Ze blijven achter en een halve glas alcohol beïnvloed al het beoordelingsvermogen. Wat zich nu niet ontwikkeld, zal op latere leeftijd ook niet meer tot ontwikkeling komen. Met als gevolg dat men trager reageert en minder snel leert. Een kind dat regelmatig (veel) drinkt kan zo twee schoolniveaus lager uitkomen. Door drank zullen over een aantal jaar veel mensen op jonge leeftijd arbeidsongeschikt worden en moeizaam in de samenleving participeren.

Wat kan eraan gedaan worden?

Het grootste probleem is dat velen niet weten hoe schadelijk alcohol nu werkelijk is. De vele overheidscampagnes wijzen daar wel op en de eerste resultaten zijn positief. Er is nog genoeg te doen en de aandacht mag niet verwateren. Vooral richten op bewustwording bij de ouders, want 70% van de ouders geeft alcohol aan hun kind en vindt drinken geen probleem. Zij deden het vroeger ook en een echte man moet (veel) kunnen drinken. Ouders worden in de horeca bovendien boos als de uitbater zich wil houden aan de schenknorm en weigert een zoon of dochter van 14 te schenken. Daarnaast is alcohol overal; thuis, in de supermarkt, op tv en bij de sportclub. Alcohol drinken is normaal, geeft je een lekker en vrij gevoel en anderen kijken je vreemd aan als je niet drinkt (groepsdruk). Dat vraagt om een flinke cultuuromslag. Dit kan met harde feiten over alcohol en doordat gezaghebbende personen dit vertellen. Met roken is het redelijk gelukt om het impopulair te maken en dat moet voor alcohol ook gaan gelden.

Rol van gemeenten

De negen West-Friese gemeenten plus Schagen hebben een convenant getekend met de minister van BZK. Gemeenten hebben in kader van gezondheidsbeleid en openbare orde een regiefunctie. Juist omdat alcohol samenhangt met gezondheidsriciso's en geweld en criminaliteit. Van belang is dat vroeg wordt begonnen met voorlichting en dan vooral aan de ouders. Zij hebben vaak geen idee wat hun kind doet of "leren thuis te drinken". Je zou het geven van drank aan een minderjarig kind kunnen zien als kindermishandeling.

Verder drinken jongeren uit verveling, dus dat vraagt om meer geld voor jongerenwerk. Ook in sportkantines wordt veel gedronken, maar zou je dit verbieden dan moet je de sportclubs op z'n minst compenseren voor hun verlies aan inkomsten. Verbieden is moeilijk. Denk aan onder de 16 jaar niet meer binnen of eerst blazen voordat men naar binnen mag. Het gaat meer om een cultuur- en gedragsverandering en dat gaat wel jaren duren. Interessant is dat in andere landen kopen, in bezit hebben en drinken van alcohol door jongeren tot 16 jaar strafbaar is. Misschien kan Nederland hier iets leren.

Tenslotte is het voor gemeenten lastig dat elke gemeente zijn eigen regels heeft. Wil je als gemeente de openingstijden veranderen van uitgaansgelegenheden of een toegangstop invoeren dan is dat bijna onmogelijk als een buurgemeente dat niet doet. Jongeren gaan dan naar deze buurgemeente en wordt het probleem niet opgelost. Dat vereist dus ook meer regionale samenwerking en afstemming van beleid.

Wat doen de horeca-ondernemers?

Wat velen niet weten is dat 80% van al het alcohol niet in de horeca wordt geconsumeerd. Het grootste probleem ligt dus buiten de horeca en bij jongeren onder 16 jaar die amper in de horeca komt. Controlediensten bevestigen dit ook. Tevens kan een horeca-ondernemer aan sommige zaken weinig doen. Zeker als veel jongeren via oudere vrienden alcohol krijgen, zelf drank naar binnen smokkelen of een discotheek in en uit lopen, omdat men buiten alcohol nuttigt. Binnen drinkt men spa, maar aan de eind van de avond zijn ze dronken.

Verder zijn er al veel regels, maar schort het aan de handhaving. In dat kader zijn er geen nieuwe regels nodig, maar moet er meer aandacht zijn voor handhaving. Een nieuwe regel waar de horeca wel achter staat is om consumptie van alcohol oder de 16 jaar strafbaar te stellen. Nu is alleen het kopen strafbaar, maar dat is makkelijk te omzeilen.

Een goed middel is ook om mensen na een bepaalde tijd (bijv. 02.00) niet meer binnen te laten en daarnaast vrije sluitingstijden. Hierbij is regionale afstemming van belang (bijv. heel Noord-Holland boven het Noordzee-kanaal), anders is er sprake van concurrentievervalsing. Tenslotte ziet de horeca niet veel in het initiatief  'Vroeg op Stap'. Immers de meeste alcohol wordt niet in de horeca genuttigd. Ook blijkt uit ervaring in Engeland dat verruiming van de openingstijden nauwelijks geeft geleid tot meer drinken. Omgekeerd zal beperking niet veel bijdragen aan het minder drinken.

Afsluitende opmerkingen

De bestuurdersdag werd door Zafer Yurdakul, D66-statenlid in Noord-Holland, afgesloten met een aantal opmerkingen. Duidelijk is dat je onderscheid moet maken in leeftijdcategorieën. Iemand van 12 drinkt om anderen redenen dan iemand van 18 en dat vraagt ook om een andere aanpak. Er moet meer gelet worden op het niet verkopen van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar (alcohol is overal beschikbaar) alsmede is meer voorlichting nodig aan kinderen én ouders (o.a. over wat alcohol met je doet). Immers voorkomen is beter dan genezen. Dit vraagt om een gezamenlijk aanpak van gemeenten in regionaal verband. Het convenant is een mooi proefproject dat bij succes navolging vereist in heel Noord-Holland. Daarbij kan de provincie een stimulerende rol spelen door kennis uit te wisselen, ervaringen te delen en via subsidie gemeenten en scholen te verleiden hieraan mee te doen.