Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 27 november 2009

Betere onderbouwing tracékeuze Westfrisiaweg

Donderdagavond 6 maart heeft de Provinciale Statenfractie van D66 gepleit voor een betere onderbouwing van de eindvarianten van zowel het Noordelijke als Zuidelijke tracé van de Westfrisiaweg-Oost nabij Enkhuizen. De keuze van het traject is voor de streek één van de belangrijkste beslissingen van de eeuw. D66 vindt dat in de afweging tussen de Noordelijke en Zuidelijke variant een tracé afgewogen moet worden met een rechte geboorde tunnel voor de ‘doorstroom route’, volgens een zo kort mogelijk tracé.<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />

 

Overeenkomstig het Regioakkoord Westfrisiaweg kiezen Gedeputeerde Staten (GS) voor het Zuidelijke tracé, waarbij ter hoogte van Stedebroec en Drechterland het landschap met de lintbebouwing wordt doorsneden en de weg langs de Markermeerdijk de stad Enkhuizen bereikt. GS baseren hun standpunt op het advies van de commissie van de Milieu Effecten Rapportage (MER). Tijdens de extra vergadering van de statencommissie Wegen, Verkeer en Vervoer te Heerhugowaard heeft D66 met tekeningen duidelijk gemaakt dat voor het nemen van een goed besluit nu appels met peren worden vergeleken.

“Het inzicht in de financiële consequenties van de laatste kilometers van de Zuidelijke variant bij Enkhuizen ontbreekt. Toch worden de kosten voor de Zuidelijke variant afgezet tegen de volledige 2×2 rijstroken met tunnel in de Noordelijke variant. Daardoor ontstaat een scheve vergelijking en kan volgens D66 op dit moment niet de juiste afweging worden gemaakt voor de keuze van het tracé. We vergelijken appels met peren, terwijl een toekomstvaste vergelijking van de Noordelijke en Zuidelijke variant moet worden gemaakt”, aldus D66.

“Hoe blind kan men zijn. Bij Enkhuizen worden de knelpunten niet opgelost en onzekerheid over de keuze op de lange termijn blijft bestaan. Het enige wat de Zuidelijke variant doet is de deur openzetten voor de verdere verstedelijking, want ten westen liggen nog veel gave landschappelijke en cultuurhistorische eenheden, die wij koesteren. Daarnaast tast de Zuidelijke variant de natuurwaarden van het Markermeer onaanvaardbaar aan.”

“Het Rijksbeleid is gericht op bundeling van infrastructuur. Dan kan de provincie als hoeder van het landschap toch niet tegen het Rijksbeleid in een variant voorstellen, die onherstelbare en onnodige schade toe brengt aan de bijzondere karakteristiek van het Lint en het landschap? En dat, terwijl er een betere variant aanwezig is, die door de commissie van de MER als het meest milieu vriendelijk alternatief is aangemerkt?”.

Het is nog maar de vraag of de Rijksoverheid bereid is substantieel bij te dragen aan de aanleg van de Westfrisiaweg. Criterium is onder meer het realiseren van een interregionale verbinding. D66 stelt aan de statencommissie voor een alternatieve route voor het Noordelijke tracé uit te werken en die af te zetten tegen de Zuidelijke varianten.

Wanneer de N302 wordt verdubbeld tot <?xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />650 m voorbij de Veilingweg (richting Enkhuizen) wordt op de korte termijn een oplossing geboden voor de ontsluiting van de woongebieden van Stedebroec en Drechterland. Wanneer vervolgens een tunnel van 2×2 rijstroken wordt geboord tussen de aansluiting Zijlweg – Houtribdijk naar de N302 (naar het punt ca 650m oostelijk van de Veilingweg) ontstaat een oplossing die daadwerkelijk iets toevoegt voor de interregionale verbinding. Een aantoonbare verbetering van de interregionale verbinding die volgens D66 de Rijksoverheid over de streep kan trekken. Deze Noordelijke variant lost tevens alle knelpunten in de Zuidvariant en een aantal knelpunten bij Enkhuizen op. Dit kan een rechte geboorde tunnel zijn. Een tunnel zonder noemenswaardige of niet te compenseren aantasting van de gronden van de Zaadbedrijven en niet zo’n bochtig en kostbaar tracé zoals de voorgestelde varianten voor de MER. Een tunnel die in lengte vergelijkbaar is met de tunnelbak in de Zuidvariant.

De statenfractie van D66 acht de kosten vergelijkbaar: “Door een gedeelte van de tunnel uit te voeren als boortunnel kan de weg zonder storing ónder de Zaadbedrijven en de woningbouwlocatie door. Een boortunnel zal ten opzichte van een normale tunnelbak duurder zijn, maar in de aanvulling op de MER maken GS de kosten van circa € 30 tot 65 miljoen voor de tunnelalternatieven niet inzichtelijk. De meerkosten voor een Noordelijke variant met boortunnel moeten echter vergeleken worden tegen een Zuidelijke variant, die 1,8 km langer (dus duurder) is en slechts voor 2/3 wordt aangelegd met 2×2 rijstroken en daardoor geen duurzame doorstroom functie voor de langere termijn kent. Ook moeten de meerkosten voor de boortunnel worden vergeleken met de extra kosten voor in 2020 benodigde – maar nu buiten beschouwing gelaten – 4,5 km weg met een buitengewoon complexe en gevoelige inpassing bij Broekerhaven en de Markermeerdijk. Die kosten worden in de Zuidelijke variant vooruit geschoven. Worden die kosten mede in beschouwing genomen, zo meent ook de commissie van de MER, dan valt waarschijnlijk de Noordelijke variant gunstiger uit.”

Met het alternatieve voorstel van D66 wordt aan de bezwaren van Enkhuizen vanwege de Zaadbedrijven, het schootsveld, de scholen en de beoogde woningbouw tegemoet gekomen. Met één weg wordt de gewenste interregionale ontsluiting en doorstroom functie gerealiseerd. Natuur, cultuur en landschap blijven meer gespaard. De D66 variant voor de Noordelijke route verdient nader onderzoek. Pas dán kan een eerlijke vergelijking gemaakt worden om het beste tracé voor de Westfrisiaweg bij Enkhuizen te bepalen.