Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 27 november 2009

D66 stelt vragen n.a.v. nieuw rapport

Op 17 maart jl. hebben Provinciale Staten het Regioakkoord Opwaardering Westfrisiaweg (N23) vastgesteld. D66 heeft als voorstander van de opwaardering van de Westfrisiaweg (de verbinding tussen Alkmaar via Hoorn aar Enkhuizen), toen ingestemd met het Regioakkoord met de kanttekening niet akkoord te zijn met de keuze voor de zuidelijke variant ter hoogte van Enkhuizen. Bij dat tracé worden de Lintbebouwing bij Hoogkarspel en het Westfriese landschap doorsneden en loopt de weg over de veel te smalle, cultuurhistorische Westfriese omringdijk langs het Markermeer. Een Noordelijke variant, over de bestaande Westfrisiaweg zou volgens de Commissie van de MER waarschijnlijk gunstiger uitvallen, als álle kosten mede in beschouwing zouden worden genomen.<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />

D66 was het namelijk oneens met de tracékeuze voor het meest oostelijke deel van deze weg, waarbij het wijdse en karakteristieke West Friese open landschap zou worden aangetast. De aangeleverde feiten en cijfers waren volgens D66 onvolledig en onvoldoende onderbouwd om een zorgvuldige afweging voor de noordelijke of zuidelijke variant te kunnen maken. Tijdens de behandeling heeft het college toegezegd dat nieuwe feiten ten aanzien van het voorkeurstracé, kosten en dekking alsnog in overweging worden genomen voorzover die nog voor de zomer konden worden aangeleverd.

Deze week ontvingen de statenleden een rapport van de Stichting Niet door ’t Lint gedateerd juni 2008. Dit rapport was opgesteld door het gerenommeerde bureau DHV en heeft de titel "Tracestudie N23, Toekomstvastheid Markerwaardweg-Houtribdijk". D66Noord-Holland constateert dat de berekeningen en overwegingen in dit rapport nieuwe feiten bevatten en dat niet langer appels met peren worden vergeleken. In het rapport worden immers verschillende noordelijke en zuidelijke varianten voor de N23 ter hoogte van Enkhuizen volledig doorgerekend, inclusief  de investeringen die in het Regioakkoord naar de toekomst zijn geschoven. Uitgangspunt is een volledige 2×2 rijstroken stroomweg met eventuele parallelweg voor de afwikkeling van lokaal verkeer, kosten voor herinrichting publieke voorzieningen zoals voetbalvelden en compensatie voor aantasting van natuurwaarden.

 
De gegevens van dit rapport zijn voor D66 aanleiding tot het stellen van een aantal vragen aan Gedeputeerde Staten:
1. Deelt u de constatering dat de berekeningen en overwegingen in het DHV-rapport van juni 2008 nieuwe feiten bevatten?
2. De toekomstvastheid op de lange  termijn en de financiële consequenties van zowel de noordelijke als de zuidelijke variant kunnen met het rapport van DHV eindelijk goed op een rij worden gezet. Is het college van GS met D66 van mening dat deze informatie een ander licht werpt op het besluit dat Gedeputeerde Staten op 17 maart jl. aan Provinciale Staten hebben voorgelegd?
3. Op welke wijze gaat u het rapport van DHV inbrengen in de stuurgroep Regioakkoord Opwaardering Westfrisiaweg en bent u bereid uw standpunt ten aanzien van het voorkeurstracé ter hoogte van Enkhuizen in heroverweging te nemen?

D66 is zondermeer voorstander van de broodnodige opwaardering van de Westfrisiaweg. Tijdige aanmelding bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat was noodzakelijk, want dan bestond immers een kans opgenomen te worden in het Meerjarenprogramma Infrasctructuur Ruimte en Transport (MIRT) en aldus medefinanciering van de Rijksoverheid te kunnen verkrijgen. Één van de criteria is de toekomstvastheid van het tracé, zo heeft het college van GS ons meermaals voorgehouden.

4. Is ook het Ministerie van Verkeer en Waterstaat op de hoogte gebracht van de nieuwe cijfers en de toekomstvastheid van de verschillende varianten? Wat kan het college al melden over het verloop van de besprekingen met het Rijk en de kans op medefinanciering van de Westfirsiaweg vanuit het MIRT?