Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 27 november 2009

D66 stelt vragen over salaris van bestuursleden NUON

In de afgelopen jaren heeft D66Noord-Holland herhaaldelijk de Gedeputeerde Staten opgeroepen alles in het werk te stellen om het salaris (inclusief bonussen) van topman Van Halderen en overige NUON-directieleden substantieel te verminderen tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau dat past bij een onderneming in de publieke sector.<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />

Die weken geleden maakte NUON bekend dat hun topman, dhr. Van Halderen, het bedrijf eind april 2008 zal verlaten, twee jaar eerder dan verwacht. Zijn opvolger is dhr. Løseth, thans bestuurslid. Binnenkort zal de remuneratiecommissie met de grootaandeelhouders overleggen over zijn bezoldiging. Als gewoon bestuurder  verdiende hij in 2006 al ruim een half miljoen.

Gelet op het feit dat de verzelfstandiging van NUON nu van de baan is en daarmee geen reden meer bestaat dat NUON een op de commerciële markt gebaseerde bezoldigingsbeleid hoeft te voeren, lopen wij een gerede kans wanneer niet spoedig een zeer duidelijk  signaal van de aandeelhouders wordt gegeven dat (net als in 2006) met de bestuursvoorzitter een meerjarig contract gesloten gaat worden tegen een salaris (ver) boven het maatschappelijk aanvaardbare. Het aanpakken van zijn (mogelijk excessieve) beloning is dan weer voor jaren onmogelijk gemaakt.

Daarom heeft de Statenfractie schriftelijke vragen gesteld:

1. Sinds wanneer was u officieel of officieus op de hoogte dat dhr. Van Halderen zijn termijn niet vol zou maken?

2. Bent u met de fractie D66Noord-Holland eens dat  nu de verzelfstandiging van Nuon van de baan is en daarmee geen reden meer bestaat dat NUON een op de commerciële markt gebaseerde bezoldigingsbeleid hoeft te voeren?

3. Gaat u op de aandeelhoudersvergadering van april 2008 en/of in de vergadering van de Raad van Commissarissen initiatieven nemen om te komen tot een wijziging van het bezoldigingsbeleid van NUON zodat de salariëring van de bestuursvoorzitter, overige bestuursleden en overige personeelsleden ook in toekomstige gevallen op een maatschappelijk aanvaardbaar niveau (zoals bij de overheid) komt te liggen?