Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 27 november 2009

D66 voor Westfrisiaweg, maar tegen tracékeuze Heerhugowaard en Enkhuizen

In de infrastructuur boven het Noordzeekanaal zitten enkele zwakke schakels. De N9 naar Den Helder is nog altijd 2-baans en diverse aansluitingen van Provinciale wegen, zoals de N242/N241 verdienen verbetering. Één belangrijke Oost-West verbinding heeft dringend behoefte aan meer capaciteit, dat is de verbinding tussen Alkmaar via Hoorn naar Enkhuizen. De bedrijvigheid en daarmee de werkgelegenheid in die regio groeit gestaag. Dat is positief voor de woon-werkbalans tussen het Noordelijk en Zuidelijk deel van de provincie. Meer locale bedrijvigheid betekent immers minder autokilometers van forensen. Wat echter ontbreekt is een evenredige groei van de regionale verkeersafwikkeling. De Statenfractie van D66 is dan ook groot voorstander van de opwaardering van de Westfrisiaweg.<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />

Noord-Holland  heeft uit de opcenten op de motorrijtuigenbelasting € 100 miljoen gereserveerd om te komen tot een interregionale doorstroomweg tussen Alkmaar-Hoorn-Enkhuizen richting Lelystad-Zwolle. Dat interregionale is nodig om in aanmerking te komen voor opname in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT). Dát Rijksgeld is nodig, want Provincie en Regio hebben in totaal € 170 miljoen klaar liggen, terwijl € 350-400 miljoen nodig is.

Over pakweg 90% van het tracé bestaat in de regio bij bestuurders, raadsleden, inwoners en belangenorganisaties consensus. Problemen zitten aan de uiteinden. Moet het de noordelijke of zuidelijke route worden bij Heerhugowaard en bij Enkhuizen? Het ter besluitvorming voorliggende Regioakkoord gaat bij Heerhugwaard uit van het Noordtracé. De onderbouwing voor die keuze is naar de mening van de Commissie van de Milieu Effecten Rapportage (Commissie van de MER) onvoldoende.

Bij Enkhuizen kiest het Regioakkoord voor de Zuidelijke variant. Bij dat tracé worden de Lintbebouwing bij Hoogkarspel en het Westfriese landschap doorsneden en loopt de weg over de veel te smalle, cultuurhistorische Westfriese omringdijk langs het Markermeer. Een Noordelijke variant, over de bestaande Westfrisiaweg zou volgens de Commissie van de MER waarschijnlijk gunstiger uitvallen, als álle kosten mede in beschouwing zouden worden genomen. Bedoeld worden de kosten voor de complexe en gevoelige inpassing bij Broekerhaven en de Markeermeerdijk.

Op 6 maart 2008 was er een extra vergadering van de commissie Wegen, Verkeer en Vervoer te Heerhugowaard met een overvolle publieke tribune. Voor- en tegenstanders van het voorgestelde tracé waren massaal gekomen om hun visie aan de Statenleden over te brengen. Juist omdat de Commissie van de MER onvolledigheden constateerde, die voor een goede beoordeling noodzakelijk zijn, hebben we als D66 in die vergadering een alternatief gepresenteerd voor de Noordelijke variant bij Enkhuizen (zie kaart hieronder). Dat alternatief gaat met een korte tunnel onder land van de Zaadveredelingsbedrijven door. Aan allerlei bezwaren vanwege een school, beoogde woningbouw en het vrijwaren van een cultuurhistorisch schootsveld werd tegemoet gekomen.

De gedeputeerde hield de vergadering echter voor dat het onmogelijk was om nog veranderingen aan te brengen, want daarmee zou de consensus in de regio vervallen en kon de Westfrisia weg niet meer tijdig worden aangemeld voor het MIRT. Ongevoelig voor deze politieke chantage en gelardeerd met voorbeelden waaruit bleek dat het niet noodzakelijk was dat alle details bij aanmelding en opname in het MIRT bekend zouden zijn, diende D66 bij de statenvergadering een amendement in. Daarbij vroegen wij voor de tracékeuzes bij Heerhugowaard en Enkhuizen aanvullend onderzoek dat binnen 3 maanden moest zijn afgerond en ter finale besluitvorming aan Provinciale Staten zou worden voorgelegd. Met inachtname van die voorwaarden zouden we dan instemmen met het Regioakkoord en verzoeken de Westfrisiaweg aan te melden bij de minister van Verkeer en Waterstaat voor opname in het MIRT.

Snel bleek echter al dat VVD, CDA en GroenLinks hun keuze voor het zuidtracé al hadden gemaakt. De VVD deed het advies van de Commissie van de MER af als ‘het zoveelste adviesje dat je al dan niet naast je neer kan leggen’. Het CDA en GroenLinks verhulden met rookgordijnen over ‘energie uit asfalt’ en ‘natuurcompensatie’ waar het werkelijk om ging. Namelijk de keuze tussen de mogelijke aanleg van nieuwe weg dwars die onherstelbare en onnodige schade aanbrengt aan het karakteristieke landschap, de cultuurhistorie en natuurwaarden of het verbreden van bestaande weginfrastructuur.

Na lange schorsing op verzoek van de PvdA-fractie kregen de Staten de toezegging dat eventuele nieuwe inzichten voor de tracékeuze tussen nu en 3 maanden konden worden ingebracht. Eigenlijk in de lijn van de strekking van ons amendement. Dat amendement werd vervolgens door de collegepartijen VVD, PvdA, CDA en GL weggestemd.

Omdat wij als D66 wél voorstander waren van Opwaardering van de Westfrisiaweg hebben wij vóór het besluit gestemd. Voor de regio is het immers van belang dat snel gestart kan worden met de uitvoering van die delen van het tracé waarover duidelijk overeenstemming is. Met een stemverklaring hebben wij aangegeven geacht te worden tegen de tracékeuze bij Heerhugowaard en Enkhuizen te zijn, omdat de Commissie van de MER onvolledigheden constateerde, die voor een goede beoordeling noodzakelijk zijn.