Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 27 november 2009

D66Noord-Holland verbaasd over GS m.b.t. Wegen om te bevaren

De statenfractie van D66 Noord-Holland is verbaasd over het standpunt van Gedeputeerde Staten met betrekking tot het uitvoeren van het D66-initiatiefvoorstel Wegen om te bevaren. Statenlid Hans Berkhout is in de pen geklommen en stelt schriftelijke vragen aan het college van Gedeputeerde Staten.

Op 10 juli 2006 hebben Provinciale Staten het D66-initiatiefvoorstel Wegen om te bevaren unaniem aangenomen. Dit voorstel heeft tot doel om meer vrachtvervoer over water te laten plaatsvinden, vanwege de bereikbaarheids- en milieuproblematiek in – met name – de Randstad. De voorgestelde methoden om dit te bereiken zijn het realiseren van een congres hieromtrent en de uitvoering van enkele voorbeeldprojecten.

“Het congres Wegen om te bevaren heeft op 7 december jl. plaatsgevonden. Daarbij is al –tot verbazing van de deelnemers- geen standpunt over de voorbeeldprojecten ingenomen door de verantwoordelijk gedeputeerde. Nu blijkt dat Gedeputeerde Staten op 20 februari hebben besloten dat de provincie geen rol moet hebben bij voorbeeldprojecten op dit gebied en zich moet beperken tot het op diepte houden van vaarwegen en het bedienen van bruggen. De bereikbaarheidsproblematiek is voor Gedeputeerde Staten een vraagstuk voor de marktpartijen zelf”, aldus een verontwaardigde Hans Berkhout.

Het D66-statenlid vervolgt:
“De gedeputeerde heeft tijdens de behandeling van dit initiatiefvoorstel nooit een signaal afgegeven dat hij het initiatiefvoorstel maar beperkt wilde uitvoeren. D66 (en inmiddels dus ook alle overige politieke partijen) wil juist dat het vervoeren van vracht over water actief wordt gestimuleerd. Latent aanwezige vraag bij bedrijven moet worden ontgonnen en als Provincie moeten we regelgeving voor de aanleg van terminals in nauwe samenspraak met de Rijksoverheid vereenvoudigden.”

“Uiteindelijk zullen vrachtvervoerders zelf uit de voorbeeldprojecten echte vervoersconcepten moeten ontwikkelen, maar om dit vlot te trekken en ook vanwege het maatschappelijk belang dient de provincie hierin zijn verantwoordelijkheid te nemen. Het gaat nu niet om bruggen en vaardieptes, maar om de ontwikkeling van verstandige vervoersconcepten ”, meent het D66-statenlid. “Alle Statenleden willen dit en daarom is het op zijn minst opmerkelijk dat Gedeputeerde Staten die duidelijke uitspraak lijken te willen negeren.” <?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />

Onderstaand de schriftelijke vragen

Statenfractie Noord-Holland

Aan de Voorzitter van Provinciale Staten van Noord-Holland
Mr. H.C.J.L. Borghouts
Postbus 123
2000 MD Haarlem

Haarlem, 1 maart 2007
Betreft: Schriftelijke vragen over de GS-opvatting ten aanzien van de provinciale rol bij proefprojecten met vervoer over water

Geachte heer Borghouts,

Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van Provinciale Staten van Noord-Holland stel ik, Hans Berkhout, de volgende vragen aan het College van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland.
Op 10 juli 2006 heeft Provinciale Staten van Noord-Holland unaniem ingestemd met het D66-initiatiefvoorstel “Wegen om te bevaren”. Dit voorstel heeft tot doel om meer vrachtvervoer over water te laten plaatsvinden, vanwege bereikbaarheids- en milieuproblematiek in –met name- de Randstad. De voorgestelde methoden om dit te bereiken zijn het realiseren van een congres hieromtrent en de uitvoering van enkele voorbeeldprojecten.

Tijdens de Statenbehandeling heeft het college nooit van enige terughoudendheid blijk gegeven, waar het de provinciale rol betreft met betrekking tot het stimuleren van de proefprojecten. De leden van Provinciale Staten mochten er daarom op vertrouwen dat Gedeputeerde Staten dit initiatiefvoorstel onverkort zouden uitvoeren.

Pas tijdens het op 7 december 2006 gehouden congres over “Wegen om te bevaren” gaf Gedeputeerde Mooij plotseling blijk van bij hem levende aarzelingen over de voorgestelde rol voor de provincie. Volgens hem moet de provincie niet meer moet doen dan vaarwegen op diepte houden en bruggen bedienen. De bereikbaarheidsproblematiek is een vraagstuk voor de marktpartijen zelf. Deze opvatting heeft hij per brief aan de Verkeerscommissie gezonden, ter behandeling op 16 februari jl. Door tijdgebrek kon deze niet meer worden behandeld. Deze brief moest echter nog wel door het college van GS bekrachtigd worden. Dit is op 20 februari jl. gebeurd (Het college besluit: In te stemmen met voorliggende brief aan PS, waarin wordt aangegeven op welke manier wordt omgegaan met het initiatiefvoorstel Wegen om te Bevaren –citaat uit GS-besluitenlijst van 20 februari jl.-).

Deze bekrachtiging heeft D66 sterk verbaasd en is de directe reden om, ingevolge artikel 45 van het Reglement van Orde van Provinciale Staten van Noord-Holland, de volgende vragen stellen aan het College van GS:

Vragen
1. Kunt u aangeven of en wanneer een lid van uw college voorafgaand aan de besluitvorming van Provinciale Staten op 17 juli <?xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />2006 in die vergadering een voorbehoud heeft gemaakt, of duidelijke reserves heeft getoond ten aanzien van de voorgestelde rol van de provincie bij de voorbeeldprojecten over water?

2. Om welke reden heeft u de in de brief van gedeputeerde Mooij verwoorde terughoudende rol voor de provincie ten aanzien van de voorbeeldprojecten bekrachtigd?
a. Kunt u daarbij aangeven waarom u uw standpunt pas nu hebt ingenomen?

3. Betekent het bekrachtigen van voornoemde brief dat u het betreffende Statenbesluit niet meer wilt uitvoeren?
a. Zo ja, bent u van plan om deze beperkte rolopvatting ten aanzien van vrachtvervoer over water ook op andere beleidsterreinen in te nemen?
b. Zo nee, hoe stelt u het zich voor om dit te doen?

4. Indien u vindt dat het Bestuursplatform NZKG hierin een rol heeft, voorziet u dan geen rolproblemen voor en met het voorzitterschap van uw college van dit platform, gezien uw opvattingen?

Het lid van Provinciale Staten,
Hans Berkhout