Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 27 november 2009

nieuwe feiten moeten leiden tot heroverweging tracébesluit

Het vorige week verschenen rapport van het gerenommeerde onderzoeksbureau DHV heeft nieuwe feiten aan het licht gebracht, die tot een heroverweging van de tracékeuze van de opgewaardeerde Westfrisiaweg moeten leiden, zo meent de Provinciale Staten fractie van D66. De keuze van dit traject is voor de streek immers één van de belangrijkste beslissingen van de eeuw. In de aanloop naar de besluitvorming over het Regioakkoord Opwaardering Westfrisiaweg heeft D66 stelselmatig gevraagd om een betere onderbouwing van de eindvarianten nabij Enkhuizen. Het nu verschenen rapport van DHV laat zien dat de vraag van D66 om de verschillende varianten tot en met hun eindfase op een rij te zetten en compleet te vergelijken een terechte vraag was. <?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />

Uit het rapport van DHV blijkt dat het zuidelijke tracé waartoe Provinciale Staten op 19 maart besloten hebben, niet erg toekomst vast is. In tegendeel. De zuidvariant brengt hogere kosten met zich mee (€ 185 mln). De gedroomde variant met een tunnel buitendijks komt op een totale investering van € 530 mln en is daardoor totaal buiten de orde. Daarentegen is de noordelijke variant goedkoper (€ 165 mln), meer toekomstvast en zijn er minder inpassingsproblemen. "Voor alle duidelijkheid: D66 is zondermeer vóór opwaardering van de Westfrisiaweg. Wij zijn evenwel tégen een onvoldragen besluitvorming, daar waar het gaat om zulke belangrijke zaken als het Westfriese landschap en toekomstvastheid van grote investeringen. D66 wil in zo’n geval op basis van heldere en vooral volledige cijfers haar keuze kunnen maken. Een realistische, milieuvriendelijke en duurzame keuze”, aldus fractievoorzitter Joke Geldhof.

D66 heeft zich een aantal keren ter plekke goed georiënteerd en heeft ook uitvoerig met het Projectbureau van de Westfrisiaweg gesproken. Van de zijde van het Projectbureau werd beweerd dat de D66-variant (een tunnel in Enkhuizen i.p.v. doorsnijding van het Westfriese dorpenlint) onhaalbaar en veel duurder zou worden. De “overnight” toegezegde onderbouwing van die stelling, die volgens het Projectbureau al in de stukken zou staan, heeft D66 nog steeds niet bereikt. Tijdens het debat in de statenvergadering heeft Gedeputeerde Staten toegezegd het tracé opnieuw in discussie te brengen indien vóór de zomer nieuwe feiten over het voorkeurstracé, kosten en dekking konden worden aangeleverd. Na het verschijnen van het DHV rapport heeft D66 schriftelijke vragen gesteld. De variant van D66 blijkt door het DHV-rapport te worden onderschreven: het spaart het karakteristieke landschap, voorkomt problemen bij Broekerhaven, levert geen problemen op voor bestaande bebouwing en spaart de zaadbedrijven.

“Eindelijk zijn de benodigde investeringen en de toekomstvastheid inzichtelijk, inclusief de investeringen die in het Regioakkoord naar de toekomst zijn geschoven”, verzucht Joke Geldhof. “D66 wil weten of GS bereid zijn hun standpunt ten aanzien van het voorkeurstracé ter hoogte van Enkhuizen in heroverweging te nemen.

Uit ervaring weten we dat het moed en durf vergt om als collegepartij op eerder ingenomen standpunten terug te komen. In dit geval moet dat minder moeilijk zijn, want de feiten spreken voor zich. Uit het rapport van DHV blijkt dat het noordelijke tracé meer natuur, cultuur en landschap spaart, tegen lagere kosten. Kortom dat de Westfrisiaweg met een grotere toekomstvastheid écht kan worden opgewaardeerd. Die uiteindelijke opwaardering, daar is het ons vanuit economie en mobiliteit toch allemaal om te doen? D66 kiest voor de variant die op alle fronten het beste scoort. En dat blijkt op de lange termijn toch echt de noordelijke variant te zijn.”