Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 3 mei 2010

D66 stelt vragen over Bedrijventerrein Jaagweg/Distriport

De Statenfractie van D66Noord-Holland heeft samen met de SP onderstaande vragen gesteld m.b.t. Bedrijventerrein Jaagweg/Distriport.

Geachte voorzitter,

Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van Provinciale Staten van Noord-Holland stellen wij de volgende vragen aan het College van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland.

Inleiding
In 25 oktober 2004 is het Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland-Noord met grote zorgvuldigheid en politieke discussie door Provinciale Staten vastgesteld. Met betrekking tot de ontwikkeling van het bedrijventerrein Jaagweg dienden D66 en GroenLinks Staten een motie (8-32) in waarin onder meer de volgende randvoorwaarden aan de ontwikkeling van dit bedrijventerrein werd gesteld:

  • realisering van het regionale bedrijventerrein op de Jaagweg kan alleen plaatsvinden op een ecologisch verantwoorde wijze, d.w.z. 100% duurzaam ingericht met de ambitie dit een nationaal voorbeeldproject te maken;
  • er moet in ieder geval ook sprake zijn van een robuuste groene buffer tussen het dorp Berkhout en het bedrijventerrein;
  • gelijktijdig met de aanleg van het bedrijventerrein de ecologische verbindingszone wordt gerealiseerd;
  • de kosten van duurzame inrichting, waaronder landschappelijke inpassing, en de relevante infrastructuur ten laste komen van het Jaagwegproject.

De fracties van het CDA, GroenLinks, D66 en de VVD hebben voor de motie 8-32 gestemd, zodat die werd aangenomen.

Vorige week, op 8 februari 2010 heeft de raad van de Gemeente Koggenland het bestemmingsplan voor dit bedrijventerrein, thans bekend onder de naam Bestemmingsplan Distriport, vastgesteld. Tijdens de behandeling van dit agendapunt wilden de raadsleden zekerheid hebben over de ontsluiting van Distriport en de verbreding van de Westfrisiaweg.

De wethouder stelde toen dat hij:
“…van de Gedeputeerde daar een brief over heeft ontvangen en dat het voor haar absoluut niet ter discussie staat, dat de infrastructuur voor elkaar zou zijn”. Waarna de wethouder vervolgt met de woorden: “we zijn ook met de stuurgroep een aantal keren bij de gedeputeerde geweest, zelfs bij twee gedeputeerden en wij hebben die zekerheid ook meegekregen”.

In de tweede termijn zegt de wethouder onder meer:
“Wij zijn wel volop bezig met de Gedeputeerde om zeg maar die infrastructuur zo snel mogelijk in zijn totaliteit in het verlengde van de N23 gerealiseerd te krijgen, die toezegging is ook gedaan”.

Op de vraag of de aansluiting er wel komt voordat tot uitvoering wordt overgegaan, omdat dat samenhangt met de N23, antwoordt de wethouder:
“Ja daar hebben wij de garantie voor gekregen van nogmaals meerdere Gedeputeerden die gesproken hebben namens het college van GS, meer kan ik u ook niet geven. Die garantie voor ons college is dus aanwezig. Het college van GS heeft ons die garantie gegeven”.

De uitspraken van de wethouder van de Gemeente Koggenland ten aanzien van de ontsluting van bedrijventerrein Distriport en de realisatie van de N23 zijn voor de fracties van D66 en SP aanleiding tot het stellen van de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten:

Vragen

1. Is het u bekend welke brief de wethouder bedoelt, waarin zou staan dat “het voor de gedeputeerde absoluut niet ter discussie staat, dat de infrastructuur voor elkaar zou zijn?”

1a. Zo ja, wat is de inhoud van die brief? Op welke infrastructuur wordt gedoeld? De relevante infrastructuur als bedoeld in motie 8-32 en/of andere infrastructuur en zo ja welke dan? Wanneer, door wie en aan wie is deze brief verzonden?
Graag een kopie van die brief bij de beantwoording.

2. In tweede termijn zegt de wethouder van Koggenland ”Wij zijn wel volop bezig met de Gedeputeerde om zeg maar die infrastructuur zo snel mogelijk in zijn totaliteit in het verlengde van de N23 gerealiseerd te krijgen, die toezegging is ook gedaan”. Graag vernemen wij van het college van Gedeputeerde Staten wat precies is toegezegd en om welk weggedeelte het gaat.

3. Aan het einde van zijn betoog spreekt de wethouder over van GS verkregen garanties. Kunt u aangeven welke garanties het college van GS heeft gegeven? Zijn dat planologische garanties? Financiële garanties? Andere garanties?

Graag uitleg en onderbouwing op basis van welk PS besluit het college van Gedeputeerde Staten die garanties aan de Gemeente Koggenland heeft gegeven.

Op 28 februari 2006 stellen Gedeputeerde Staten in antwoord op schriftelijke vragen het volgende over de aansluiting van bedrijventerrein Jaagweg op de N243 onder meer:
“Een nadere inschatting vanuit sector Verkeer en Vervoer levert op dat vooralsnog moet worden uitgegaan van een opgewaardeerde aansluiting op de N243 die minimaal € 1,5 miljoen kost. Bovendien zal dan bedrijventerrein Jaagweg een bijdrage van minimaal € 2 miljoen moeten leveren voor verbetering van de kruising met de A7.
De totale kosten voor het opwaarderen/uitbreiden van de ontsluiting van de Jaagweg worden hiermee ingeschat op € 3,5 tot € 4,5 miljoen in plaats van € 0,5 miljoen. Daarmee gaat het indicatieve saldo van het marktconforme model van € 5,5 miljoen naar € 1,5 tot € 2,5 miljoen. Dit saldo geeft nog enige ruimte voor het opvangen van tegenvallers, dan wel het nemen van extra duurzaamheidsmaatregelen.

Wij hebben bij de invulling van motie 8-32 gekozen voor een haalbare, duurzame invulling oftewel een optimaal duurzame invulling bij een sluitende exploitatie. De motie geeft namelijk aan dat de kosten van duurzame inrichting ten laste moeten komen van het Jaagwegproject. Met bovenstaande invulling, inclusief de extra toezeggingen wordt volgens ons goed uitvoering geven aan motie 8-32 zonder een sluitende exploitatie uit het oog te verliezen. Ons besluit, aangevuld met bovenstaande verdere uitwerking van motie 8-32, wordt door een meerderheid van Provinciale Staten ondersteund”.

Vervolg vragen:

4. Welke bijdrage heeft de gemeente Koggenland thans voorzien in de exploitatie van het bestemmingsplan Distriport voor de aanleg van de relevante infrastructuur in relatie tot de antwoorden die het college van GS op 28 februari 2006 heeft gegeven op schriftelijke vragen?

5. Op welke bijdrage rekent het college van GS vanuit de gemeente Koggenland als zijnde gereserveerd/toegezegd voor de realisering van de N23?

6. Op welke wijze toetsen Gedeputeerde Staten de invulling van motie 8-32 (zoals omschreven in de beantwoording van 28 februari 2006) door de gemeente Koggenland ten aanzien van de voorwaarde dat de kosten van duurzame inrichting ten laste moeten komen van het Jaagwegproject? Welke bedragen heeft de gemeente thans in de plan exploitatie opgenomen voor de duurzame inrichting?

Namens de fractie van D66   
Joke Geldhof     

Namens de fractie van de SP

Bert Putters