Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 19 mei 2010

D66 stelt vragen over risico's Wierringerrandmeer

<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />

Na al eerder in februari 2010 aan de bel getrokken te hebben, wil D66 nog steeds meer informatie en duidelijkheid over de risico's van het project Wieringerrandmeer. Vandaar dat de D66-statenfractie een hele serie schriftelijke vragen heeft ingediend.

Vragen:

  1. Het project Wieringerrandmeer staat in het jaarplan 2010 – 1e kwartaal van de concerncontroller. De centrale onderzoeksvraag luidt: Heeft de Provincie Noord-Holland de beheersing van de financiële risico’s op orde?
  2. Volgens het Auditplan dat GS op 9 maart hebben vastgesteld is de vaststelling van het Auditrapport gepland voor april 2010. Kan over dat rapport beschikt worden voorafgaand aan de discussie in de commissie ROG over het Wieringerrandmeer op 31 mei 2010? 
  3. D66 constateert dat er op basis van de uitgangspunten van PS van maart 2008 bij de vaststelling van de SOK en de thans beschikbare informatie geen sluitende businesscase is. In de nota van GS dd 8 december 2009 (kenmerk 2009-73128) is dit ook op blz 13 in de conclusie over de scenario’s aangegeven ..…..dat geen enkel scenario voldoet.
  4. De waterverbinding (met brug of aquaduct en sluis) maakt integraal onderdeel uit van het Schorrenplan 2007 dat grondslag is geweest voor de SOK. Het simpele feit dat de vierde fase op basis van de huidige parameters niet gefinancierd kan worden geeft aan dat er geen sluitende businesscase is op basis van het besluit van PS van maart 2008. GS stelt nu een aanpassing voor (combinatie Optie 1 en 3) verwoord op pagina 15 en 16 van de nota van 8 december 2009. D66 wil een juridisch advies van een externe deskundige over de vragen:  a.      Was GS bij deze aanpassing voor de businesscase gerechtigd tot het aangaan van de GEM zonder PS besluit over de aanpassing?                                   b.      De aandeelhouders in de GEM moeten thans beslissen over de Businesscase:
    I   Is GS bij deze aanpassing voor de businesscase gemachtigd tot inzet van 29 mln
        zonder PS besluit over de aanpassing?
    II  Is GS bij deze aanpassing voor de businesscase gemachtigd tot inzet van een
        garantie voor een lening van 30 mln zonder PS besluit over de aanpassing?                                            c.      Mag, mede op basis van de bevindingen van Deloitte, de conclusie getrokken worden dat GS door deze aanpassingen voor de businesscase het risico profiel voor de provincie heeft vergroot? Leidt dit er toe dat de kans groot is dat de lening van 30 mln ten volle ten laste van de provincie begroting zal komen?
  5. De door GS voorgestelde aanpassing (combinatie Optie 1 en 3) is verwoord op pagina 15 en 16 van de nota dd 8 december. Het CDA heeft gesteld deze punten als uitgangspunt te willen nemen met als aanvulling daarop nog 41,5 mln aan uitvoeringskosten te willen toevoegen (in feite fase 1 en 2 samenvoegen) en de realisering van de waterverbinding (op basis van nader inzicht in de mogelijke varianten). De vragen van D66 zijn:           a.      wat zijn de totale kosten van deze variant inclusief afkoop beheer kosten en dekking plankosten?            b.      Hoeveel m2 grond wordt in deze aanpassing uitgegeven voor woningbouw met welk woningbouw programma?                                                       c.      Wat is het verwachte afzet tempo dat wordt voorzien bij de actuele marktomstandigheden?             d.      Welke periode betreft deze realisering?               e.      Volgt GS het advies van RIGO om de start van het project gezien de markt situatie enkele jaren uit te stellen?
  6. D66 onderschrijft het uitgangspunt dat de kop van Noord-Holland een economische impuls behoeft. De omvang van de investering en het effect geven ruimte voor discussie. D66 wil duidelijkheid over de bedragen en risico’s die de provincie op zich neemt. Bij besluitvorming moet de reikwijdte van de beslissing helder zijn. Gezien de voortgaande financiele crisis en het zwaar weer voor de provinciale begroting wil D66 volstrekte helderheid over de bedragen die geïnvesteeerd worden door de provincie en in de mogelijke vervolg kosten. Welke investering stelt GS voor, om voor het project Wieringerrandmeer in de begroting te reserveren voor de hele looptijd van het project en uitgesplitst naar de verschillende onderscheiden fasen? Welke investering is nodig om het voorstel van het CDA mogelijk te maken?
  7. GS beschouwt de eerste fase als een afgeronde eenheid, te financieren door een gelimiteerde inzet van de 29 mln en de garantie voor de lening van 30 mln. D66 wil dit bij de besluitvorming over de business case als een helder onderbouwd besluit vastgelegd zien.
  8. Er wordt aangegeven dat na elke fase besloten moet kunnen worden of en hoe een volgende fase wordt ingegaan; Dit betekent dat ook per fase duidelijk moet zijn wat de criteria zijn om te kunnen besluiten om door te gaan en/of wat de afscheidsregeling is.
  9. De vragen van D66: Is er een afscheidsregeling gemaakt die in verhouding staat tot de inspanningen van partijen? Hoe ziet de afscheidsregeling er uit na de onderscheiden fase van realisering. D66 vindt dat de criteria om te kunnen besluiten al of niet door te gaan na elke fase cq, de daarbij behorende afscheidsregeling aan PS moeten worden voorgelegd voordat tot een besluit over de huidige businesscase gekomen kan worden.
  10. Een van de criteria voor het al of niet doorgaan na een afgeronde fase moet zijn dat de beoogde opbrengst van de uitgifte van kavels resp. de verkoop van woningen gerealiseerd moet zijn
  11. D66 acht het noodzakelijk dat vastgelegd wordt dat het besluit om na een fase al of niet door te gaan voorgelegd wordt aan PS?
  12. Welke financiën moet de provincie inzetten om de 2e en 3e fase te kunnen realiseren? Hoe zien de kosten en baten er per fase uit en hoe ligt de verdeling van de lasten tussen provincie en private partijen per fase?
  13. Welk interne en externe projectkosten heeft de provincie uitgegeven tot 2010 aan het Wieringermeer en welk bedrag moet de provincie nog besteden aan interne kosten en externe plankosten in de verschillende fasen?  In 2004 (zie verslag Cie ROV dd 25/11/2004) is gesteld dat de project kosten voor de provincie op 2,2 mln zijn begroot. In de opgave 2009 is aangegeven dat 16 mln is opgenomen voor plankosten. Deloitte heeft aangegeven dat de plankosten te laag zijn ingeschat. Van welk bedrag gaat de provincie uit voor het totale project en wat bedragen de thans geschatte plankosten?  Welk deel daarvan is voor publieke partijen en welk deel voor private partijen?
  14. D66 acht het onvoorstelbaar dat tegenover de grote financiële inzet van de provincie, GS een overeenkomst met de private partijen is aangegaan waarbij de afname verplichting voor de woningbouw per fase niet is vastgelegd. D66 wil inzicht in het risico dat door de private “partner” in de eerste en volgende fasen van het project wordt aangegaan; Dit risico aangeven per fase en cumulatief voor het project als totaal
  15. Welke garanties kan GS geven dat de gronden voor de woningenbouw worden afgenomen? En hoe is de bijdrage aan het project per woning cq uitgifte per m2 vastgelegd?
  16. 16.  D66 wil inzicht in wat bij benadering de omzet van private partners is in dit project. Graag een verbijzondering van deze omzet in de onderscheiden fasen van het project.
  17. Wat is de financiële inzet geweest van de private sector in de voorbereiding ter voorbereiding van de GEM? Welke kosten en welke producten brengen private partijen ten laste van de GEM?
  18. Welke producten zijn door private partijen gemaakt? Hoe zijn die gecontroleerd door GS op technische juistheid en op financiële consequenties?
  19.  Veel van de onderzoeken naar de techniek zijn door Witteveen en Bos gedaan. W&B is deelnemer/adviseur van de private partijen. Welke contra expertise heeft GS daartegenover ingezet?
  20. 27 mei 2005 zijn globale investeringsprognoses aan de toenmalige Cie ROV voorgelegd. Bij de vaststelling van de SOK in maart 2008 is dit opnieuw gebeurd. In december 2009 wordt een bijgestelde investeringsprognose voorgelegd. Wat zijn de verschillen wanneer die vergeleken worden met de huidige voorstellen? Wat is de conclusie daarover met betrekking tot de risico’s die de provincie loopt?
  21. D66 vraagt GS na te gaan of alle risico’s overziende het niet beter is te constateren dat deze businesscase niet sluitend is, dat de meerwaarde van de private partijen in het afdekken van risico’s in de GEM nagenoeg nihil is en dat daarmee de GEM beter kan worden opgeheven. Vervolgens kan de Provincie de regie van het project overnemen en het project in eigen beheer realiseren via normale aanbestedingen en de uitgifte van gronden in eigen hand houden. Graag uw reactie.
  22. Wat is het bedrag volgens de afscheidsregeling in de huidige situatie waarbij GS wel de GEM is aangegaan maar dat de aandeelhouders (nog) geen besluit nemen over de uitwerking van de businesscase cq constateren dat de businesscase niet sluitend is?
  23. PS is steeds voorgehouden dat er een staande Mastroute komt (recentelijk nog in PS op 20 april 2009), wat is de reden dat de staande Mastroute verdwenen is uit de businesscase? Welke kans is er dat deze gerealiseerd kan worden? Welke belemmeringen ziet het rijk in de realisering van de waterverbinding A7? Zijn dit louter financiële of zijn er ook andere overwegingen? (Bijvoorbeeld Zoute instroom).
  24. Op 3 maart 2008 is aan Cie ROV een afscheidsregeling voorgelegd. Het verslag van de bespreking van 3 maart 2008 is in het archief op de site van Noord-Holland niet opgenomen. Kan dit verslag gepubliceerd worden op de site?
  25.  Betekent het weglaten van de post onvoorzien een extra risico voor de provincie?
  26. In de businesscase 2009 zijn rentepercentages en indexen gewijzigd ten opzichte van die in 2008 zijn aangehouden. Welke verschillen zijn hierdoor ontstaan in de businesscase? Welke risico’s ontstaan hierdoor?
  27. Welke risico’s loopt de provincie nog meer in het realiseringsproces en tot welke bedragen? Dit gaarne aangeven per fase en cumulatief.