Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 28 januari 2016

Prijs voor innovatieve pilot onderwaterarcheologie Texel

De fractie van D66 is verheugd dat de Jef van den Akker Aanmoedigingsprijs is uitgereikt aan de pilot onderwaterarcheologie in Texel. Die pilot wordt met middelen van de provincie Noord-Holland tot eind 2016 bij Texel uitgevoerd als onderdeel van het coalitieakkoord 2015-2019. De Aanmoedigingsprijs is in 2007 door de Stichting ter Bevordering van de Onderwater en Scheepsarcheologie op initiatief van Jef van den Akker ingesteld. Met de instelling van deze prijs wilde hij duikers motiveren om over hun maritieme onderzoeken te rapporteren. Om zijn ambitie hoog te houden heeft de Stichting in 2010 zijn naam aan deze prijs verbonden.

Waardevolle zeebodem
Het project kwam vorig jaar onder de aandacht van D66-gedeputeerde Joke Geldhof tijdens een werkbezoek met de Statenfractie op uitnodiging van D66 Texel. Geldhof is nu gedeputeerde voor Ruimtelijke ordening en Wonen, maar destijds als gedeputeerde verantwoordelijk voor onder meer de portefeuilles water en het Waddengebied.

Geldhof: “Tijdens de coalitie-onderhandelingen zijn we er in geslaagd dit belangrijke cultuurhistorische project op te nemen in het Noord-Hollandse coalitieakkoord 2015-2019. De resten van de schepen zijn immers bedreigde toegangspoorten tot een nu nog tastbaar verleden: de wrakken zijn unieke tijdcapsules die verhalen bevatten uit een periode waarin Nederland floreerde als maritieme natie.” Het maritiem erfgoed op de Texelse zeebodem is van internationaal belang omdat bij Texel een belangrijke buitenhaven lag en er veel schepen zijn vergaan. In de pilot zullen sportduikers resten die dreigen weg te spoelen opgraven en de vondsten overdragen aan het archeologisch depot van de provincie Noord-Holland. De mooiste exemplaren worden tentoongesteld in Museum Kaap Skil op Texel.

Sportduikers.
Woordvoerder cultuur voor D66 Noord-Holland, Tom Buijtendorp: “D66 steunt innovatie en daarom ook dit project van harte. Het is vernieuwend dat het opgraven niet wordt gedaan door wettelijk erkende archeologen, maar door sportduikers. Op die manier behouden we maritiem erfgoed dat bij gebrek aan capaciteit ongezien verloren dreigt te gaan door waterstromen die steeds meer materiaal wegspoelen.’

Het is een verantwoordelijke klus voor de duikers omdat bij opgravingen altijd belangrijke bodemsporen vernietigd worden. Buijtendorp: ‘De duikers hebben maar één kans om onder water vast te leggen of bijvoorbeeld een servies uit de hut van de kapitein afkomstig is. Eenmaal boven water kun je dat aan de losse vondsten niet meer zien. Onderwaterarcheologie is veel meer dan het simpel wat voorwerpen uit het water vissen’.

Daarom worden zij van te voren door wetenschappers getraind om onder water de exacte vindplaats van de materialen precies in te meten en te documenteren, en broos materiaal goed te behandelen. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) steunt de pilot, waarvoor door de provincie tot eind 2016 € 270.000 is vrijgemaakt, vanwege de ernst van de bedreiging en beperkte professionele capaciteit in de onderwaterarcheologie.

De fractie van D66 acht het van groot belang dat de sportduikers goed voorbereid en begeleid aan de slag gaan en dat het beschikbare geld slim wordt ingezet. Als dat lukt, is volgens Buijtendorp meer mogelijk: ‘Als de pilot succesvol blijkt, is deze nieuwe aanpak ook mogelijk op andere plaatsen waar erosie maritiem erfgoed bedreigt, zoals delen van de Noordzee’.