Steun ons en help Nederland vooruit

zondag 28 mei 2017

Red Europa’s grootste scheepskerkhof

Europa’s grootste scheepskerkhof bij Texel kan worden gered als vrijwilligers zich mogen inzetten voordat de zee het verleden uitwist. Haast is geboden, stelt woordvoerder Cultuur Tom Buijtendorp in een opiniestuk dat op 27 mei in het Parool werd gepubliceerd.

Bij het Noord-Hollandse Texel spoelt in zorgwekkend tempo het grootste scheepskerkhof van Europa weg, en daarmee een unieke tijdscapsule van de Nederlandse maritieme geschiedenis die sterk met de stad Amsterdam is verbonden. We zouden bij de oplossing veel meer kunnen vertrouwen op de kracht van het individu, in dit geval de kracht van de vrijwilligers in de maritieme archeologie. Om die reden heeft D66 zich in de provincie Noord-Holland hard gemaakt voor een pilot om te verkennen hoe met vrijwilligers het tij gekeerd kan worden, wetend dat het handvol archeologische beroepsduikers machteloos staat. En op initiatief van de betrokken D66 gedeputeerde is het onderwerp met de andere kustprovincies aangekaart bij minister Bussemaker.

Alleen de inzet van meer Rijksmiddelen in combinatie met de inzet van vrijwilligers kan nog voorkomen dat het unieke maritieme archief binnen enkele decennia volledig is verdwenen. Verkenningen hebben geleerd dat het scheepskerkhof zich over grote delen van de Waddenzee uitstrekt. Na de aanleg van de Afsluitdijk is de dynamiek van het gebied sterk veranderd. Er is inmiddels op bepaalde delen zoveel zand weggespoeld dat steeds meer scheepswrakken uit hun beschermende tijdscapsule tevoorschijn komen. Afgesloten van de lucht en allesvernietigende paalworm, bieden de verzonken schepen unieke informatie die in geschreven bronnen vaak ontbreekt. Eenmaal boven de zeebodem uitgekomen, wordt de informatie in korte tijd weggevreten en verspoeld. Er zijn al dramatische opnames van scheepswrakken die zo in korte tijd voorgoed verloren zijn gegaan.

Er valt geen tijd te verliezen. Helaas hebben schatduikers in het verleden het imago van de vele goedwillende vrijwilligers zodanig aangetast dat een overheidsbeleid is ontstaan dat is gebaseerd op in regels gestold wantrouwen. Met als gevolg dat de vrijwilligers nog maar heel weinig mogen. Tegelijk laten de organisaties van de vrijwilligers in de onderwaterarcheologie zien dat individuele leden met professionele begeleiding zeer mooie resultaten kunnen opleveren. Zo tonen prachtig geïllustreerde rapporten hoe scheepswrakken gedocumenteerd kunnen worden zonder dat ze worden leeggeroofd voor eigen gewin.

Schatduikers

Er zijn nog steeds schatduikers. Maar de pilot kan tonen dat het ook anders kan. Zo is er een bijzondere samenwerking met het Texelse museum Kaap Skil waar vondsten van de vrijwilligers worden getoond, een aantrekkelijk alternatief voor de eigen vitrine in de huiskamer. Nu kan de vrijwilliger thuis bijvoorbeeld een mooi verslag laten zien, en in het museum met familie en vrienden langs de vondsten lopen. Daar wordt duidelijk dat een voorwerp waarvan de vondstomstandigheden zijn vastgelegd veel meer zegt dan een los object. En zo wordt de verzamelende vrijwilliger een wenkend alternatief geboden. Verder verzorgen de betrokken organisaties bijvoorbeeld interessante opleidingen waarmee de vrijwilligers een certificaat verkrijgen. Met dergelijke ondersteuning kunnen de vele goed bedoelende vrijwilligers aan de slag terwijl schatduiken strafbaar blijft. En er zijn nieuwe technieken waarmee het bijvoorbeeld mogelijk is fotografisch een scheepswrak driedimensionaal in kaart te brengen zonder iets aan te raken. Hetzelfde geldt voor bepaalde radartechnieken. De vrijwilligers van dat soort instrumenten voorzien, biedt ook volop kansen.

Auteur: Tom Buijtendorp

Paar duizend euro

De eerste volgende stap zou moeten zijn om de omvang van het scheepskerkhof op hoofdlijnen in kaart te brengen. Dat om in te schatten hoeveel duikuren nodig zijn om de resten in detail in beeld te brengen, beginnend bij de locaties die acuut bedreigd zijn. Een dergelijke inschatting helpt om op basis van de beschikbare capaciteit een plan te maken voor het vervolg. Na jaren van losse waarnemingen, is een integrale visie voor het gehele gebied hard nodig. Zo kan bijvoorbeeld bekeken worden welke wrakken voor een paar duizend euro met een eenvoudige afdekking voldoende beschermd zijn tegen verspoeling en schatduikers, en waar meer is vereist.

De gemeente Texel en ook een individuele provincie als Noord-Holland zijn veel te klein om het grootse scheepskerkhof van Europa afdoende te onderzoeken en beschermen. Het is daarom duidelijk dat hier primair een taak op landelijk niveau ligt. Maar D66 Noord-Holland heeft met de provinciale pilot daarbij wel een oplossingsrichting willen aandragen met letterlijk en figuurlijk meer mensen en minder regels. De nog lopende pilot verkent mogelijkheden zoals de genoemde samenwerking met het museum en de professionele begeleiding van vrijwilligers. Dat is een proces van vallen en opstaan. Het blijkt bijvoorbeeld dat herstel van wederzijds vertrouwen tussen vrijwilliger en de toezichthouder een van de sleutels tot de oplossing is. De resultaten van de pilot zijn nog maar het begin van een vernieuwende aanpak met daarop aangepaste regels in de onderwaterarcheologie. En dat was de inzet van D66: ook hier meer vertrouwen in de kracht van het individu, dat ondersteunen met zaken als een goede opleiding, en daarbij zoeken naar pragmatische  oplossingen met minder dwingende regels. Alleen zo kunnen we voorkomen dat dit unieke maritieme verleden in de nabije toekomst grotendeels is verdwenen en we volgende generaties maar één ding kunnen melden: ‘we stonden erbij en we keken ernaar’.

Red Europa’s grootste scheepskerkhof