Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 21 september 2017

Opinie Hein Struben: Noodplan woningbouw maakt meer kapot dan je lief is

Door te investeren in binnenstedelijk bouwen kan in een groot gedeelte van de woningvraag voorzien worden, stelt woordvoerder Wonen Hein Struben in een opiniestuk dat op 7 september in het Financieele Dagblad werd gepubliceerd.

Projectontwikkelaars zien in de schaarste op de woningmarkt hun kans en willen dat het Rijk krachtig ingrijpt, de ladder voor duurzame verstedelijking afschaft en het landschap vrijgeeft. Zij vinden dat het afgelopen moet zijn met lastige burgers die bezwaar kunnen maken en gemeenten die moeilijke eisen stellen. De oproep van NEDPROM is onnodig – in ieder geval voor de noordelijke Randstad – bedreigt bij navolging natuur en landschap en kan uiteindelijk de leefbaarheid sterk verminderen. Door te investeren in binnenstedelijk bouwen kan in een groot gedeelte van de woningvraag voorzien worden en gebeurt dit ook op een duurzame manier.

Dat de vraag naar woningen na de crisis snel is gestegen staat buiten kijf. Velen, vooral starters, hebben moeite een woning te vinden. De vraag naar betaalbare woningen, met name in de middenhuur en -koop, is groot en is voornamelijk gericht op de stedelijke gebieden. Jonge mensen trekken naar de stad voor onderwijs en werk. Ouderen willen er blijven wonen voor de voorzieningen.

De ontwikkelaars, verenigd in de NEPROM, willen weer in het open landschap kunnen bouwen. Zij willen 60% van de woningen in de duurdere vrije sector bouwen, terwijl de vraag naar woningen juist voor 80% bij de huur en betaalbare huisvesting ligt. Mensen kiezen voor nabijheid van stedelijke voorzieningen. Dat is ook goed om vele onnodige autokilometers (en bijbehorende files en uitstoot) binnen de perken te houden en zo bij te dragen aan de doelstellingen van Parijs.

Ontwikkelaars doen graag voorkomen dat bouwen in het groen onvermijdelijk is maar de komende tien jaar is er in de Noordelijke Randstad meer dan voldoende plancapaciteit om bij een wenselijke productie van zo’n 10.000 woningen per jaar aan de jongste bevolkingsprognose te kunnen voldoen.

Een vaak gebruikt argument tegen bebouwing in de stad is dat de kosten hoger zijn dan bouwen buiten de stad. Men refereert dan naar bijvoorbeeld hogere kosten van sanering en verwervingskosten. De meerkosten bij bouwen buiten de stad voor infrastructuur, voorzieningen en vernietiging van natuur en open landschap worden door de ontwikkelaars echter buiten beschouwing gelaten.

Bouwen in de stad kan soms ingewikkelder zijn dan de weg van de minste weerstand van bouwen in het groen, maar nieuwe technologieën bieden de kans om binnenstedelijk bouwen goedkoper, sneller, veiliger en schoner te maken. Het mag dan ook geen aanleiding zijn om onder druk van ontwikkelaars het open landschap vrij te geven voor hun willekeur en eigendomsplanologie.

Laten overheden, bouwers, projectontwikkelaars en bewoners de schouders zetten onder de vele opties die we zorgvuldig selecteerden en reserveerden voor bebouwing binnen en buiten de stad, en deze zo duurzaam en aantrekkelijk mogelijk gaan ontwikkelen. Zo kan iedereen een woning vinden in de regio, ontspant de woningmarkt en blijft de hele metropoolregio nog aantrekkelijker dan ze al is. Over een ding zijn we het eens, we hebben geen tijd te verliezen!

Samenvattend staan de argumenten van de ontwikkelaars op drijfzand. Niets rechtvaardigt de door hen gevraagde maatregelen of ruimte. Integendeel: ze zijn schadelijk om bovengenoemde redenen maar ook door de schade die aan het investeringsklimaat wordt berokkend. Internationale experts noemen onze ‘ruimtelijke kwaliteit’ als de concurrerende factor voor ons vestigingsklimaat.

De natuur en het open landschap heeft zijn eigen intrinsieke waarde en de ruimtelijke kwaliteit is ook van groot belang voor de leefbaarheid rondom de steden, als ‘groene longen’ en als recreatiegebied. Het belang van dit groen neemt juist toe wanneer meer mensen in stedelijk gebied gaan wonen. Onnodig schaden van natuur en open landschap maakt meer kapot dan je lief is.