Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 16 februari 2021

Zeewierteelt in Nederland kan mits condities onder controle zijn

In 2015 werd een voorstel van Suzanne Klaassen en Ilse Zaal van D66 aangenomen in Provinciale Staten over het ontwikkelen van zeewierteelt voor het opwekken van duurzame energie. Sindsdien zien we zeewier een rol spelen in het provinciaal beleid voor de energietransitie, circulaire economie, kringlooplandbouw, innovatie. En we eten ook af en toe zeewierproducten in het bedrijfsrestaurant.

TNO Energy Transition, het Nationaal Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en Wageningen Marine Research (WMR) hebben een gezamenlijk rapport opgesteld: ‘Plantaardige Biomassa uit Zee’. Daarin zijn de mogelijkheden voor zeewierteelt in Noord-Holland en in zee geschetst. Onderzoekers bevelen aan om zeewier te telen onder gecontroleerde condities via intensieve aquacultuur. De zeewiereconomie die op de Noordzee begon kan een goede doorstart maken. De provincie Noord-Holland vormt een verbindende schakel tussen de onderzoekers en bedrijven aan de ene kant en het zeewierplatform van de Stichting Noordzeeboerderij in Den Haag aan de andere kant.

De huidige D66 woordvoerder voor zeewier, Emre Kanik, wist al meer van zeewier dan menigeen. Hij kocht in 2008 zijn eerste Koreaanse kookboek en vertelde in de provinciale commissie RWK op 11 februari over zijn ervaringen met zeewier:

“Om indruk te maken op mijn Zuid-Koreaanse vrouw ging ik voortvarend aan de slag met het recept voor zeewiersoep, een favoriet gerecht van haar. De eerste stap was het weken van het gedroogde zeewier in water. Ik haalde de vellen zeewier uit de verpakking en legde ze in de kom met water. Al meteen zag ik dat er iets mis ging, want het viel allemaal in hele kleine stukjes uit elkaar en het zag er totaal niet uit zoals op het plaatje in het kookboek. Ik riep mijn vrouw naar de keuken en met één blik in de kom met water barstte ze in lachen uit. Die dag leerde ik dat er verschillende soorten zeewier zijn en dat degene voor sushi die ik gebruikt had, niet perse geschikt is voor zeewiersoep. Terwijl mijn vrouw in de andere kamer huilend van het lachen haar moeder aan het bellen was, deed ik een nieuwe poging met het juiste wier en ik moet zeggen dat ik inmiddels de beste zeewiersoep bij ons thuis maak (althans volgens mijn dochter).

Ik moest gelijk aan deze gebeurtenis in mijn persoonlijke leven denken toen ik deze motie zag en daarbij de passage in de brief: ‘Er zijn veel verschillende soorten zeewier met diverse verschillende eigenschappen.’  Maar net zoals met mijn mislukte poging, waar een gezamenlijke vrolijke herinnering uit voortgekomen is, is er met deze D66 motie ook iets mooiers uitgekomen dan in eerste instantie beoogd. Want zoals de brief verwoordt: ‘dankzij marktanalyse, de opzet van een kennisnetwerk en een concreet ontwerp van een zeewierketen die bedrijvigheid aantrekt,’ is deze motie een succes te noemen. Deze motie kan voor D66 daarom ook als afgedaan beschouwd worden, maar laat ik als “zeewierdeskundige” nog een kleine tip meegeven: net zoals ik de eerste keer de vraag aan mijn vrouw had moeten stellen welk zeewier ik voor de soep zou moeten gebruiken, is het misschien ook een idee om eens contact op te nemen met het Aquaculture Research Institute in Busan, Zuid-Korea. Naar verluidt hebben zij zelfs zeewier gecultiveerd dat in de winter groeit en wellicht kunnen we met kennisuitwisseling daar hier in Nederland ook profijt van hebben.”