Steun ons en help Nederland vooruit

zaterdag 17 april 2021

Kleine rol voor de provincie  in de regionale energiestrategie 

De D66-Statenfractie ziet dat de discussie over de regionale energiestrategie (RES) vertroebelt. In het bijzonder zien we over het vaststellen van zoekgebieden voor het lokaal opwekken van duurzame energie en het verdwijnen van de 600 meter afstandsregel voor windmolens veel onbegrip en misinformatie. Op één of andere manier komt het bij inwoners en media niet goed over hoe de vork  in de steel zit. Woordvoerder Emre Kanik hoopt met dit artikel daar meer duidelijkheid over te verschaffen.

Zoekgebieden

De discussie in de publieke opinie over de zoekgebieden richt zich in het algemeen op het plaatsen van windmolens in woongebieden. Daarbij wordt beweerd dat het vast staat dat er op 200 meter afstand van huizen hoge windmolens  komen te staan en dat burgers geen inspraak hebben gehad. Alhoewel wij vinden dat de communicatie in Amsterdam geen schoonheidsprijs verdient, is dat niet het geval. De werkwijze om te komen tot het plaatsen van windmolens of zonnepanelen is dat er eerst zoekgebieden worden vastgesteld en vervolgens met inwoners gekeken gaat worden of er ruimte is om op die plek inderdaad duurzame energie op te wekken.

Op dit moment – 15 april 2021 – zijn de zoekgebieden nog niet vastgesteld. Dat gaat pas gebeuren bij het vaststellen van de RES 1.0 aankomende zomer. Een zoekgebied is nadrukkelijk géén vindgebied. Het betekent niet automatisch dat als een zoekgebied wordt vastgesteld dat al vaststaat of en in welke vorm er duurzame energie opgewekt gaat worden. Er zijn allerlei algemene criteria waaraan duurzame energieprojecten aan moeten voldoen voordat ze überhaupt overwogen kunnen worden. Denk daarbij aan verstoring van de natuur, slagschaduw of geluidsoverlast.

Ook hoort er bij ieder project burgerparticipatie. Dat is uitdrukkelijk niét een algemeen onderzoek in een gemeente of er draagvlak is voor windenergie, zoals vaak wordt beweerd. De regionale energiestrategie is een voorbereidend traject op de daadwerkelijke realisatie van duurzame energie. Na de vaststelling van de RES gaat het besluitvormingstraject in de Omgevingswet lopen. Die wet voorziet in burgerparticipatie en stelt de eis voor draagvlak. De verantwoordelijkheid voor de wijze van participatie ligt bij de gemeenteraad (die dat al dan niet kan delegeren bij de het college van B&W). Daarnaast zijn er voor iedere vergunningsaanvraag de wettelijke inspraakmogelijkheden.

Waarom D66 voorstander is van het verwijderen van de 600m regel

De huidige provinciale Omgevingsverordening  is niet geschikt om de RES uit te kunnen voeren. Deze verordening is nog gebaseerd op de oude werkwijze, toen duurzame energieprojecten nog vanaf bovenaf werden opgelegd. Daarom past de provincie de Omgevingsverordening nu aan en verwijdert de afstandsregel voor windmolens. De RES is een geheel andere manier van werken om te onderzoeken of en waar duurzame energie opgewekt kan worden. De RES is een proces “van onderop” waarbij gemeenteraden in samenspraak met bewoners de strategie vorm geven. De provincie treedt hier uitsluitend bemiddelend op. In de RES zijn de gemeenten (en niet de provincie) verantwoordelijk voor hun eigen zoekgebieden en bepalen zij of een zoekgebied gehandhaafd blijft dan wel geschrapt wordt.

In de huidige Noord-Hollandse Omgevingsverordening is er op dit moment verschillende regelgeving over de afstand voor windmolens tot woningen in het zuiden (Metropool Regio Amsterdam) en het noorden van de provincie  Het is nu al in beide regio’s mogelijk om binnen de 600 meter windmolens van geluidsgevoelige gebouwen te plaatsen (met inachtneming van de landelijke regels), maar dit is aanzienlijk makkelijker in het zuiden. Om dit gelijk te trekken wordt er nu voorgesteld om in de Omgevingsverordening van 2022 met behulp van algemene instructieregels de gemeenten de regie te geven. Deze instructieregels zijn algemene regels waar een duurzaam energieproject aan moet voldoen om te mogen starten.

Dit vindt D66 Noord-Holland een goed idee, omdat hiermee dan dezelfde regels voor alle gemeenten in de hele provincie gelden. De Omgevingsverordening is  niet alleen voor Amsterdam gemaakt. Ook is het weghalen van deze 600 meter beperking niet bedoeld om dan 200 meter hoge windmolens vlakbij woningen te kunnen plaatsen – zoals soms onterecht gesuggereerd wordt. Een gemeenteraad moet zorgvuldig en samen met de bewoners kijken wat, en zeker ook óf er mogelijkheden zijn. Daarbij moeten alle algemene regels met betrekking tot gezondheid en geluidsoverlast in acht worden genomen. Gebeurt dit niet zorgvuldig door het college van B&W , dan is de gemeenteraad de aangewezen instantie om haar controlerende macht uit te oefenen. De Provinciale Staten hebben die macht niet (meer) richting de gemeentebesturen.

Participatie in de nieuwe Omgevingswet

Juridisch gezien zijn bij burgerparticipatie in de Omgevingswet de gemeenteraden het hoogste orgaan. De provincie heeft wettelijk geen macht om de burgerparticipatie inhoudelijk te beoordelen. Volgens de wet is de provincie geen scheidsrechter, maar een participant. Daarom vindt de D66 fractie het zo belangrijk dat gemeenteraden als hoogste orgaan, die direct bewoners vertegenwoordigen, ook de bevoegdheden krijgen om te bepalen wat ze in hun zoekgebieden doen. Zij staan het dichtst bij de burger en kunnen samen met inwoners het beste beoordelen wat de mogelijkheden zijn binnen een zoekgebied.  Dus:  een gemeenteraad bepaalt om wel of niet windmolens te plaatsen binnen 600 meter. De provincie kan en wil dat niet meer bepalen.

Tenslotte nog even dit: Lokaal opwekken van duurzame energie is volgens D66 cruciaal voor het bestrijden van klimaatverandering, omdat dit één van de grootste bedreigingen van het voortbestaan van de mensheid is in onze hele geschiedenis. De regionale energiestrategie moet volgens D66 zo goed mogelijk worden opgesteld samen met bewoners en de overheid moet altijd bereid zijn om te luisteren naar hun zorgen. Echter, het zoeken naar mogelijkheden voor het lokaal opwekken van energie “op land” staat los van het windmolens “op zee” verhaal. Hier moet ook maximaal op ingezet worden. Beide zijn hard nodig om de opwarming van de aarde te stoppen.

Desalniettemin begrijpen we dat de energietransitie soms weerstand oproept. Het is een ingrijpende verandering in onze leefomgeving, die ook nog eens bestuurlijk best ingewikkeld in elkaar is gezet. Als burger zie je soms door de bomen het bos niet meer. D66 vindt dat er ruimte moet blijven voor discussie en wij zijn dan ook altijd bereid om uitleg te geven over onze standpunten, die gevormd worden door de feiten die op tafel liggen. Waar we echter geen begrip voor hebben is dat sommige partijen doelbewust met misleidende informatie inwoners tegen elkaar op proberen te zetten. Wij als volksvertegenwoordigers proberen ons werk zo goed en zorgvuldig mogelijk te doen. Van doordenderen of doordrukken is bij onze fractie geen sprake en we zullen altijd verschillende belangen tegen elkaar afwegen, zoals een goede volksvertegenwoordiger betaamd.

Emre Kanik, Statenlid voor D66 Noord-Holland