Steun ons en help Nederland vooruit

zaterdag 24 april 2021

Effectievere MRA betekent ook meer openheid en democratische controle 

De samenwerking van de 32 gemeenten, 2 provincies en de Vervoerregio in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) kan effectiever. Daar zijn veel partijen het over eens. Maar hoe de “governance” aangepast moet gaan worden, zal nog heel wat vergaderuren vergen. D66 vindt de samenwerking in deze regio met 2,5 miljoen inwoners, 1,5 miljoen banen en 1,15 miljoen woningen erg belangrijk. Het is één groot gebied waar mensen wonen, werken, recreëren en zich verplaatsen in een aantrekkelijke omgeving.

D66 woordvoerder Bart Vink: “Op een extra bestuurslaag zit niemand te wachten; op effectieve realisatie van beleidskeuzes op gebied van wonen, ruimtelijke ordening en economie wel. De samenwerking moet zo open en transparant mogelijk worden én zich niet onttrekken aan democratische controle door gemeenteraden en de Provinciale Staten.”

De toegevoegde waarde van de MRA is om gezamenlijk beleidskeuzes van 35 overheden op het gebied van economie, mobiliteit, wonen en arbeidsmarkt in de praktijk waar te maken. Aanpassen van een samenwerkingsovereenkomst voor de MRA tussen zo veel partijen is een complex proces. Dit proces is onlangs ingezet met een eerste visie-document. Naar aanleiding hiervan heeft Statenlid Arja Kapitein  in de provinciale commissie EFB vragen gesteld over het proces en de mogelijke invulling van de samenwerking.  Vervolgens zijn Provinciale Staten (PS) in een briefing nader geïnformeerd over de nieuwe plannen. De politieke discussie hierover is vervolgd in de commissievergadering op 22 april.

Voor D66 is het belangrijk om de volksvertegenwoordigers te allen tijde vroeg te blijven betrekken bij de planvorming in MRA-verband. Zij moeten input kunnen leveren en vragen stellen. De democratische legitimatie van de besluitvorming over plannen en budgetten moet goed verankerd blijven en zich in de toekomst niet gaan onttrekken aan de democratische controle. Raden en staten moeten de besluiten blijven nemen. De antwoorden van het college bevestigden dat de formele bevoegdheden van Rijk, provincies en gemeenten niet worden aangetast door de MRA.

Vink: “Daar is D66 blij mee. De door het Rijk en de Metropoolregio Amsterdam gesloten “woondeal” laat echter zien hoe verstrekkend de impact hiervan kan zijn. Hetzelfde geldt binnenkort voor de ‘verstedelijkingsstrategie’. De dynamiek van samenwerkende bestuurders kan heel waardevol zijn, maar moet wel democratisch legitiem en transparant blijven.“

Inbreng vanuit D66 Noord-Holland

Op 22 april konden Provinciale Staten aan de commissaris hun zienswijze meegeven. D66 heeft daarbij het volgende aangegeven:

  1. Op dit moment is het nodig om de gemeenschappelijke waarden helder te hebben. Voor een vervolg van de samenwerking moeten er concrete doelstellingen komen.  Zodra er voor deelonderwerpen een strategie wordt bepaald en programmaplannen worden ontwikkeld, kunnen die concreet  gemaakt worden. Raden en Staten moeten zich dan daarover uitspreken om op een later moment te kunnen controleren of de doelstellingen ook behaald worden.
  2. Er komt een bestuur dat de dagelijkse leiding krijgt. Hier komen vooral mensen in te zitten die herkenbaar zijn voor de buitenwereld, maar niet democratisch gekozen. Dit betekent dat dit bestuur een aantal zaken wel kan doen en andere weer niet. Wat wel kan, is interne processen bij de MRA regelen en optimaliseren. Ook als extern gezicht naar buiten voor fondsenwerving, netwerken en afstemming met andere overheden. Echter wat absoluut niet kan, is inhoudelijke politieke keuzes maken. De taken van het bestuur moeten nog op een goede en heldere manier worden uitgewerkt. Dat voorstel komt later dit jaar.  Voor D66 is belangrijk dat Staten en Raden automatisch in positie worden gebracht zodra er beleidskeuzes aan de orde zijn.
  3. De zgn. MRA-raadtafel gaat op een andere manier functioneren dan nu. Op dit moment zijn Provinciale Staten nog weinig betrokken bij de raadtafel. Straks zullen onze vertegenwoordigers in deze raadtafel regelmatig met statenleden over de MRA moeten gaan overleggen.
  4. De inbreng van de provinciale vertegenwoordigers in de portefeuillehouders-overleggen en in de algemene vergadering heeft ook nog aandacht nodig. D66 wil daar procesafspraken over.
  5. De taken van de MRA-raadtafel zijn procesmatig. D66 is nog op zoek naar een vorm waarin de adviezen van de raadtafel door de Algemene Vergadering niet zomaar naast zich neergelegd kunnen worden.
  6. Belangrijk voor D66 is dat de MRA in de praktijk niet gaat functioneren als een vierde bestuurslaag. Dit is niet de bedoeling is, maar D66 zal hier kritisch op blijven en de vinger aan de pols houden
  7. Er moet voorkomen worden dat er dubbel werk wordt gedaan. Dit risico zit er in omdat de provincie en de MRA elkaar niet alleen geografisch in hoge mate overlappen, maar ook richten zij zich op veel gelijke onderwerpen: verkeer, vervoer, economie, woningbouw en ruimte. Daar komt de bestuurlijke complexiteit van de Vervoerregio Amsterdam bij.
  8. Afsluitend: Meerdere partijen beraden zich op dit moment nog om op de Provinciale Statenvergadering eind mei een motie voor te bereiken. Doel is om in de commissievergadering ingebrachte zienswijzen te bevestigen met een gezamenlijke oproep aan de het college om deze mee te nemen naar het algemeen bestuur van de MRA. Juist ook omdat bij verschillende gemeenten en regio’s ook diverse moties worden ontwikkeld. Een aantal daarvan sluiten zeer goed aan op wat er in de Staten leeft. Dat is voor D66 een belangrijk signaal. De MRA zijn we samen en we willen allemaal slim en effectief georganiseerde democratische processen om mooie resultaten te borgen. Met elkaar!

Update 17 mei 2021

Op 17 mei hebben Provinciale Staten van Noord-Holland unaniem een breed gedragen voorstel over de governance in de MRA aangenomen.

Hierin vragen de Staten aan het college om alvorens over te gaan tot besluitvorming over meer concrete uitwerking van de samenwerkingsafspraken, in de Raden en Staten als tussenstap het voorstel met de uitgewerkte samenwerkingsafspraken met een zienswijze voor te leggen.

Daarnaast is gevraagd dat voorafgaand aan een MRA algemene vergadering (AV) de voorliggende agenda geagendeerd wordt voor een provinciale commissie en de opvattingen van de Staten van Noord-Holland op te halen en mee te nemen als inbreng, en ook dat na afloop van een AV een schriftelijke toelichting te geven over de beraadslagingen en de inzet en uitkomsten van de door de Staten ingebrachte opvattingen.

Op aangeven van D66 vragen de Staten ook dat in het samenwerkingsvoorstel wordt opgenomen dat ook bij (aanleidingen voor) mogelijk nieuwe agenderingen altijd expliciet wordt overwogen of en zo ja hoe de Staten van Noord-Holland worden betrokken.

Verder willen de Staten dat de Raadtafel in de vernieuwde samenwerking goed in positie gebracht wordt en procedureel ondersteund wordt richting de Provinciale Staten.