Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 10 maart 2022

Leefbaarheid dorpen in de knel door leegstaande, recreatieve tweede woningen

Onderzoeksjournalisten van Pointer (KRO-NCRV) hebben onlangs onderzoek gedaan naar tweede woningbezit in relatie tot recreatie. Uit het onderzoek kwam naar voren dat in een specifiek aantal gemeenten particuliere beleggers steeds vaker een tweede woning kopen[1]. Volgens Pointer worden veel van dit soort woningen niet permanent bewoond, waardoor er leefbaarheidsproblemen kunnen ontstaan in kleine dorpskernen. D66 stelde vragen aan de gedeputeerde over de situatie in Noord-Holland.

Aan de (recreatieve) markt onttrokken

Volgens Pointer betreft het vaak gemeenten aan de kust, maar ook veel gemeenten landinwaarts kennen het probleem. In Noord-Holland zou het gaan om de gemeenten Bergen, Wijdemeren en Drechterland. Het betreft in deze gemeenten dan vaak gewone dorps- of stadswoningen, dus geen recreatiewoningen op vakantieparken. De huizen worden slechts enkele weken per jaar gebruikt en in veel gevallen niet teruggebracht op de (recreatieve) verhuurmarkt.

Invloed woningvoorraad

Deze voorheen reguliere woningen worden voor enkele weken per jaar als recreatieve woning gebruikt, en staan verder grotendeels leeg. Indien dit geschetste beeld van Pointer juist is heeft dit grote gevolgen voor de betaalbaarheid van de woningen, de beschikbaarheid ervan en de leefbaarheid in deze kernen zoals ook het onderzoek van Pointer beschrijft.

Gelet op bovenstaande mogelijke problemen, stelde Statenlid Sijmen Mülder in samenwerking met Statenlid Muurlink van de PvdA vragen aan de gedeputeerde. Het doel was hierbij om meer duidelijkheid te genereren over dit mogelijke probleem.

Vragen

  1. Heeft Gedeputeerde Staten zicht op het aantal woningen in Noord-Holland dat wordt gebruikt als tweede huis, en dus niet voor particuliere (vakantie)verhuur?
  2. Wordt deze groep gemonitord? En zo ja, is er een trend te herkennen in Noord-Holland of delen daarvan?
  3. Kan Gedeputeerde Staten gemeenten aanwijzen waar dergelijke tweede woningen oververtegenwoordigd zijn in de woningvoorraad?
  4. Zijn er gemeenten in Noord Holland die deze tweede woningen zonder permanente bewoners zien als een probleem?
  5. Ziet Gedeputeerde Staten deze groep niet-permanente bewoners als een druk op leefbaarheid in bepaalde regio’s in Noord Holland?
  6. Hebben gemeenten in Noord Holland afdoende juridische middelen om hier het (niet) permanent bewonen van woningen tegen te gaan?
  7. Is Gedeputeerde Staten bereid om hierover in gesprek te gaan met gemeenten?
  8. Welke instrumenten kan de provincie verder inzetten om deze ontwikkeling tegen te gaan en zijn Gedeputeerde Staten bereid die in te zetten?

[1] Zie: Pointer, Tweede woning vs. Geen woning: https://pointer.kro-ncrv.nl/onderzoeken/tweede-woning-vs-geen-woning/media.