Steun ons en help Nederland vooruit

Behoud van het open landschap, meer woningen in de steden, knooppuntontwikkeling

Wonen en ruimte

De prognose is dat de metropoolregio Amsterdam (inclusief Almere) tot 2040 ongeveer 300.000 nieuwe woningen nodig heeft. Het grootste deel zal in Noord-Holland een plek vinden. We hebben geleerd van de recente economische crisis en de effecten daarvan op de vraag naar nieuwe woningen. D66 staat daarom voor een divers woningaanbod, waarbij er tot 2040 steeds zeer gebiedsgericht, vraaggericht en flexibel wordt gekeken naar de beste plek voor nieuwe woningen.

De komende periode hebben we geen behoefte aan nieuwe grote uitbreidingslocaties , voor woningen noch voor bedrijven. Hiermee ondersteunt D66 Noord-Holland de verdichting in de steden. Het open karakter van onze provincie is ons veel waard. De maatschappelijke voordelen van binnenstedelijk bouwen, zoals efficiënter gebruik van voorzieningen en infrastructuur, en het verkleinen van de stedelijke druk op natuur en landschap, wegen ruim op tegen de extra kosten.

In gebieden waar bevolkingskrimp dreigt, moet de provincie ertoe bijdragen dat krimp en kwaliteit samen kunnen gaan, zodat deze gebieden vitaal en leefbaar blijven.

In de stedelijke gebieden (zoals die van Amsterdam, Alkmaar, Amstelveen, Haarlem, Hilversum, Hoorn, Den Helder, Zaanstad), stelt de provincie zich wat D66 betreft terughoudend op. Bij gemeente-overschrijdende belangen moet de provincie zich vanzelfsprekend niet afzijdig houden. Denk daarbij aan (regionaal afgestemde) knooppuntontwikkeling bij OV-stations en –haltes, ontwikkelingen die de doorstroming op provinciale wegen beïnvloeden of activiteiten in het Natuurnetwerk Nederland.

Wat betekent dit voor de Noord-Hollander? 
  • Een divers aanbod aan woningen
  • Alleen nieuwe woningen binnen bestaand bebouwd gebied
  • Geen nieuwe woningen in open landschap tot in ieder geval 2025
  • Leefbare krimpgebieden door krimp en kwaliteit samen te laten gaan. 

Algemene planologische benadering

Voorbeelden van grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen zijn: nieuwe hoogspannings- leidingen, windturbines en installaties voor zonne- energieopwekking. Wanneer keuren we grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen wel goed en wanneer niet? D66 is daar helder over. De provincie kan wat ons betreft kiezen uit drie richtingen:

1. ́ja, mits ́

De provincie zegt ja als het gaat om gebieden die veelvuldig worden gebruikt voor wonen, werken, reizen en recreëren. Grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen zijn dus niets nieuws en dragen bij aan de verdere ontwikkeling van deze gebieden. Nieuwe hoogspanningsleidingen, windturbines en installaties voor zonne-energieopwekking, passen hier dan ook in principe wel. Het bovenstaande geldt in alle gevallen, mits het milieu het toelaat, de landschappelijke kwaliteit is meegewogen én er zorgvuldig is geluisterd naar bewoners. Voorbeelden van ‘ja, mits’-gebieden zijn: de Wieringermeerpolder, het Noordzeekanaalgebied en het Noord- Hollandskanaal.

2. ́nee, tenzij ́

De provincie zegt nee tegen grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen als natuurgebieden een status als beschermd landschap hebben. Nieuwe hoogspanningsleidingen, windturbines en installaties voor zonne-energieopwekking, passen hier dan ook in beginsel niet. Het begrip ‘grootschalig’ is in deze benadering overigens relatief. Dat betekent dat in sommige onbebouwde landschappen een beperkte toename van de bebouwing reeds afbreuk doet aan het landschap, terwijl in andere landschappen eenzelfde toename daarvoor geen gevolgen heeft.

Het bovenstaande geldt voor ons in alle gevallen, tenzij er sprake is van groot openbaar belang én er geen reële alternatieven zijn. Alleen dan wordt er van nee afgeweken. Voorbeelden van ‘nee, tenzij’- gebieden zijn: Natura2000-gebieden, Het Nationaal Natuurnetwerk, de Stelling van Amsterdam, de Waddenzee, Waterland, Laag Holland, de Binnenduinrand, West-Friese omringdijk en de veenweidegebieden in het Groene Hart.

3. ‘Wellicht’-benadering

De provincie zegt ‘wellicht’ tegen grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden waarin het provinciale inmenging in principe niet nodig acht. De provincie laat hier de keuze over aan (de bestuurders en bewoners) van gemeenten. Vanzelfsprekend gelden ook hier wel de (al vastgestelde) landelijke en provinciale eisen op bijvoorbeeld het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Voorbeelden van ‘wellicht’-gebieden zijn: bestaande bebouwde gebieden in Amsterdam, Alkmaar, Haarlem en Hilversum.

Laatst gewijzigd op 22 februari 2015