Steun ons en help Nederland vooruit

Regionale economie

Iedereen moet zijn of haar kwaliteiten optimaal kunnen ontplooien. Beknellende en betuttelende regelgeving kunnen funest zijn: creativiteit en innovatie zijn juist de kracht van de Nederlandse economie. De provincie moet actief haar rol spelen om die ruimte te maken.

De Provincie als regisseur van een sterke regionale economie

De Provincie moet zich bij het vormgeven en uitvoeren van het economische beleid niet richten op gemeenten, maar op grotere samenhangende regio’s. De Provincie brengt gemeenten bij elkaar en vormt de schakel naar Europees beleid en Europese fondsen.

D66 hecht aan een integrale (ruimtelijke) aanpak van de versterking van de economische kracht. Uitgangspunt is voor ons de potentie van de verschillende deelregio’s en de verbanden daartussen.

De Metropoolregio Amsterdam vormt, met Schiphol, de havens en sterke, innovatieve economische sectoren als de creatieve sector de motor van de provinciale en Nederlandse economie.

Maar ook in het overige deel van de provincie bevinden zich toonaangevende bedrijven van wereldniveau. Denk bijvoorbeeld aan de zaadveredelingsbedrijven in Westfriesland. D66 vindt dat de economische motor van de metropoolregio beter verbonden moet worden met de rest van de Provincie. Zo hebben de bollenteelt en de glastuinbouw allebei profijt van de snelle verbindingen die loopt via de veiling Aalsmeer en Schiphol naar hun afzetmarkt. De Amsterdamse haven en het gehele Noordzeekanaalgebied bieden in samenhang met de waterwegen kansen voor zowel duurzame economische groei als voor het realiseren van de door D66 bepleitte grondstoffenrotonde. Er liggen kansen voor de hele Provincie om mee te profiteren van de groeiende stroom toeristen naar Amsterdam door onder meer de kustplaatsen en historische steden in de Provincie ook bij hen onder de aandacht te brengen. Amsterdam weet ook veel talenten aan te trekken. Deze ´glocal qualities´ hebben een positieve impact op de gehele regio. De aantrekkelijke balans tussen stad en groen van Amsterdam draagt bij aan deze aantrekkingskracht.

Naast het leggen van verbindingen moet de provincie wat D66 betreft ook voor voldoende fysieke ruimte voor innovatie, vernieuwing en versterking van de economie zorgen. Met name initiatieven die ook bijdragen in de aanpak van maatschappelijke vraagstukken als vergrijzing, voedselschaarste en voldoende hernieuwbare energiebronnen, kunnen daarbij op onze steun rekenen. Uiteraard willen we die fysieke ruimte vooral binnen het Bestaand Bebouwd Gebied zoeken.

Eigenlijk komen in bijna alle plannen en besluiten van de provincie economische aspecten terug, en onze visie daarop is daarom ook te lezen in de voorgaande hoofdstukken. In dit hoofdstuk gaan we nader in op het versterken van krachtige sectoren en het optimaliseren van het vestigingsklimaat.

Wat betekent dit voor de Noord-Hollander?
  • Een provincie die verbindingen legt tussen verschillende regionaal-economische motoren
  • Ruimte voor innovatie

Vooral inzetten op de economische clusters waar de Provincie een verschil kan maken en cross-sectorale en regionale verbanden

De afgelopen jaren is (naar het model van de Topsectoren van het Rijk) ingezet op sterke economische clusters in Noord-Holland. D66 vindt dat dat voortgezet moet worden. De Provincie zal vooral in moeten zetten op de clusters waar zij het verschil kan maken. Dan hebben we het over de agribusiness, energie en toerisme. Deze sectoren hebben impact op de ruimte en zijn integraal te verbinden met provinciale en maatschappelijke opgaven op het gebied van ruimte, natuur en milieu, water, duurzaamheid en infrastructuur.

De provincie heeft ook een taak in de promotie en lobbyen voor deze sectoren richting gemeenten, het Rijk en buitenlandse investeerders. Voor de andere (meer stedelijke) economische clusters moet de provincie zorgen voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Ook moet ze sectoren meer met elkaar verbinden. De huidige opzet van regionale boards moet wat ons betreft kritisch tegen het licht worden gehouden. Voor sommige sectoren werkt dit goed en voor anderen niet en daar is een andere aanpak nodig.

Agrarische sector

In Noord-Holland draagt de agrarische sector sterk bij aan de succesvolle export. De sector beschikt over innovatieve wereldspelers die op een duurzame manier moeten kunnen innoveren om een bijdrage te leveren aan maatschappelijke vraagstukken als gezondheid en voedselzekerheid. Aan intensieve veehouderijen stelt D66 strenge voorwaarden. Het gaat ons om de verbetering van het milieu, dierenwelzijn, en de ruimtelijke kwaliteit die het bedrijf met zich meebrengt, als die verbeteringen er niet zijn wil D66 geen toestemming voor de uitbreiding geven.

Biologische landbouw

Er liggen veel kansen op meer biologische landbouw. D66 streeft naar een percentage duurzame landbouw van minimaal 10% in 2018. Het goed functionerende instrumentarium van overbruggingsfinanciering is weer nodig. D66 ziet een ontwikkeling van veel meer duurzame landbouw die (nog) niet het kenmerk “biologisch” kan hebben, maar wel een stap in de goede richting is. De provincie stimuleert die stap.

Ruimte voor agrariërs

Agrarische ondernemers moeten de ruimte krijgen. Wel moeten hun activiteiten passen bij het karakter van het gebied waar ze plaatsvinden, zeker in bijzondere natuurgebieden en kleinschalige landschappen.

D66 is terughoudend bij het vergroten van bouwkavels. De algemeen planologische benadering, zoals beschreven in hoofdstuk 1, wordt ook hier gehanteerd.

D66 ziet graag dat boeren overschakelen op biologische landbouw en aquacultuur met name in veengebieden, dat ze hun energie duurzaam opwekken door middel van biovergisting, zonneakkers of windenergie. Aanvullende activiteiten binnen de bouwkavels en bij hun agrarische onderneming zoals ombouwen tot boerderijwinkels moet mogelijk zijn.

Wat betekent dit voor de Noord-Hollander?
  • Meer duurzame en biologische productie 
  • Dierenwelzijn, milieu en ruimtelijke kwaliteit verbeteren
  • Ruimte en ondersteuning voor innovatieve agrarische projecten
  • Meer banen voor hoogopgeleiden in de agrarische sector
  • Geen vergroting van agrarische percelen in kleinschalige landschappen (Bijv. Laag Holland)

Energie en grondstoffen

D66 zet in op groene groei voor een circulaire economie. Dit vraagt om investeringen op het gebied van hernieuwbare energie en hergebruik van grondstoffen. Dat biedt grote economische kansen in termen van werkgelegenheid en behoud en ontstaan van nieuwe bedrijvigheid.

Veel van onze visie op de transitie naar een groene economie is reeds beschreven in hoofdstuk drie. Bij ontwikkelingen op het gebied van windenergie, zonne-energie, biomassa, energiebesparing en de transitie naar een circulaire economie legt D66 altijd de link met de economische mogelijkheden. Een voorbeeld daarvan is de Grondstoffenrotonde. De afgelopen periode is het D66 gelukt om de Grondstoffenrotonde onderdeel te laten worden van het provinciaal beleid. In de komende jaren krijgen bedrijven daarom de stimulans om halfproducten, componenten of zelfs volwaardige producten te maken van opnieuw gebruikte grondstoffen.

De inzet op verduurzaming van de energievoorziening en hergebruik van grondstoffen biedt tal van kansen voor vele andere sectoren. Denk daarbij aan de volgende zaken die D66 wil stimuleren:

  • De havens in het Noordzeekanaalgebied als ontwikkellocatie voor windparken op zee en overslag en verwerkingslocatie van biomassa.
  • De haven en luchthaven van Den Helder als onderhoudslocatie voor windparken op zee.
  • Versterking van de bouwsector door inzet op verduurzaming van de bestaande bouw en innovatieve nieuwe bouwprojecten.
  • Innovaties in de maakindustrie en chemie door hergebruik van grondstoffen
Wat betekent dit voor de Noord-Hollander?
  • Een transitie naar een groene circulaire economie
  • Meer bedrijvigheid in zee- en binnenhavens
  • Een duurzamere bedrijvigheid in sectoren als de bouw- en maakindustrie

Toerisme

De komende jaren liggen er vele kansen op het gebied van toerisme en recreatie. Kansen op banen, kansen op versterking van het vestigingsklimaat, kansen op behoud van voorzieningen, kansen voor kruisbestuiving met andere sectoren en kansen op slimme combinaties met natuur en waterbeheer. D66 wil deze kansen pakken. Dat vraagt om een provincie die ruimte biedt voor ontwikkeling met oog voor het behoud van de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten die de basis vormen van ons toeristisch-recreatieve product.

Vrije tijd als bron van werk

Wereldwijd groeit de vrijetijdseconomie. Het aantal binnenlandse – en buitenlandse toeristen neemt toe Deze groei biedt kansen op werk voor lager opgeleiden. Dat is belangrijk, omdat die banen in andere sectoren juist verdwijnen Daar komt bij dat banen in de vrijetijdssector niet te verplaatsen zijn naar lage lonenlanden. D66 wil daarom de ontwikkeling van nieuwe bedrijvigheid in de vrijetijdseconomie stimuleren.

Versterken van het toerisme draagt bovendien bij aan de internationale concurrentiepositie en helpt zo ook bij het aantrekken van kenniswerkers voor andere innovatieve sectoren.

De provincie bevordert het toerisme aan de aanbodkant door versterking van de identiteit van (kust)plaatsen, investeringen in recreatiegebieden, natuur en monumenten. Door promotieactiviteiten wordt de toerist gebracht naar wat de provincie ook buiten Amsterdam te bieden heeft.

Wat betekent dit voor de Noord-Hollander? 
  • Meer banen in de toeristische sector
  • Een aantrekkelijke woonomgeving door investeringen in het toeristisch landschap

Overige sectoren

Bouwsector

De bouw- en installatiebranche is relatief groot in Noord-Holland en heeft veel te lijden gehad van de crisis. De provincie heeft de branche ondersteund met vervroegde – en extra investeringen. Voor de komende jaren is het belangrijk dat de bestaande bouwplannen worden gerealiseerd als de vraag aantrekt, zoals in de Bloemendalerpolder, Crailo en de Westflank. In navolging van een zeer succesvolle pilot in Heerhugowaard met nul-op-de-meter woningen, ondersteunt de provincie bouwbedrijven die deze projecten (in binnen en buitenland) willen uitrollen.

Creatieve industrie

De provincie heeft een regierol in de creatieve industrie, waarbij gemeenten, bedrijven en onderwijsinstellingen worden gestimuleerd om bij te dragen aan de groei van de sector. Dit betekent dat we voor een goed vestigingsklimaat op de as Amsterdam – Hilversum moeten zorgen. Ook wil D66 dat er regelvrijezones komen voor bepaalde bedrijven, of creatieve bedrijven die we onderbrengen in clusters (zoals op het Sciencepark in Amsterdam).

Gezondheidssector

De provincie moet zoeken naar samenwerkingsverbanden met andere bedrijven, sectoren en regio’s, om uit te zoeken welke rol Europese subsidies spelen in de gezondheidssector. Door gezondheidszorg te koppelen aan ICT kunnen gebruiksvriendelijke hulpmiddelen worden ontwikkeld, die helpen bij het revalideren en eenvoudig contact houden met zorginstellingen. D66 ziet hierin een kans om mensen langer thuis te laten wonen, ook in krimpgebieden waar zorginstellingen verder weg zitten. De provincie is de aangewezen speler om uit te zoeken welke behoeftes er zijn, en hoe sectoren elkaar daarin kunnen versterken.

ICT

Op basis van een scherpe analyse van de branche wil de provincie onderzoeken hoe er nieuwe impulsen aan de ICT sector in Noord-Holland gegeven kunnen worden. De provincie heeft vervolgens het doel om overheden, bedrijven en onderwijsinstellingen bij elkaar te brengen om de kracht van ICT beter te benutten. Vervoer wordt dan slimmer, de gezondheidszorg beter, de maatschappij inclusiever en veiliger – zonder de privacy om zeep te helpen-, en de Noord-Hollandse natuur schoner en toegankelijker.

Wat betekent dit voor de Noord-Hollander? 
  • Meer werk in de bouwsector door nieuwe woningbouwprojecten en verduurzaming van de bestaande bouw
  • Voldoende ruimte en een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor de creatieve sector
  • Meer verbindingen tussen de gezondheidszorg en andere sectoren, waaronder de ICT

 Inzetten op een sterk vestigingsklimaat

Vanuit haar regierol moet de provincie het vestigingsklimaat proberen te versterken. Bedrijven moeten de ruimte hebben om te innoveren en er moet meer ruimte zijn voor het combineren van planologische functies als werken, winkelen en horeca. Leegstand moet aangepakt worden. De provincie moet onderwijs en bedrijfsleven bij elkaar brengen om er voor te zorgen dat de regionale arbeidsmarkt voldoende mogelijkheden biedt voor zowel bedrijven als werkzoekenden.

Primaire opgaven voor de komende periode zijn:

  • Aanpakken en voorkomen van de leegstand van kantoren, bedrijfsruimten en winkelruimten door regionale afstemming en het regionaal “verdelen van de pijn”. Nieuwe ontwikkelingen kunnen alleen plaatsvinden als er op bestaande locaties geen plek meer is en dit geen nadelige gevolgen heeft voor die bestaande locaties.
  • Ruimte bieden aan bedrijvigheid in de sterke economische sectoren om te innoveren. Dit kan door het inrichten van experimenteergebieden met een soepeler/ander ruimtelijk regime, uiteraard binnen het Bestaand Bebouwd Gebied.
  • Het beter aansluiten van onderwijs en arbeidsmarkt.

Bedrijventerreinen en kantoorlocaties

De afgelopen jaren zijn er te veel bedrijventerreinen gepland. De ruimte voor bedrijventerreinen in het noorden van de provincie wordt in overeenstemming gebracht met de werkelijke behoefte, en dat vindt D66 een goede ontwikkeling. De provincie moet in gesprek met gemeenten om ontwikkelplannen te schrappen en daarbij net zo kritisch zijn op eigen gronden.

Het Platform Bedrijventerreinen en Kantoorvoorzieningen (Plabeka) in de metropoolregio is een goede eerste aanzet voor de noodzakelijke regie, maar nog niet voldoende. In de provinciale structuurvisie worden nieuwe bedrijventerreinen alleen mogelijk gemaakt als nut en noodzaak overtuigend zijn aangetoond. Maar eerst moeten we het bestaande areaal optimaal benutten.

Detailhandel

Tot 2020 neemt het aantal winkels flink af en komen bestaande winkelgebieden verder onder druk.

Voor de kwaliteit van de leefomgeving en de lokale economie zijn winkelvoorzieningen van groot belang. Daarom is regionale afstemming nodig om te zorgen dat er sterke bereikbare kernwinkelgebieden overblijven en leegstand wordt voorkomen. De Provincie moet zich blijven inspannen dat gemeenten hier regionale afspraken over maken.

D66 staat sceptisch tegenover weidewinkels, outletcentra en verkooppunten die gelinkt zijn aan webverkoop buiten winkelgebieden. Zij ondermijnen de vitaliteit van stadscentra, stimuleren automobiliteit (en daarmee congestie en vervuiling), verkleinen de landschappelijke kwaliteit en maken basisvoorzieningen voor minder draagkrachtigen moeilijker bereikbaar. ´Nee, tenzij´ geldt hier wat D66 betreft voor nieuwe detailhandelsvoorzieningen buiten de bestaande centra. Alleen als het iets toevoegt, stemmen wij in.

Nieuwe werkplekken door herbestemming

D66 wil het ondernemerschap vooral binnen bestaand bebouwd gebied stimuleren. Dat past bij de nieuwe economie en de verstedelijkingskeuze die D66 maakt. Met de grote leegstand van bedrijfspanden zijn er in de steden en dorpen tal van kansen om betaalbare werkplekken te creëren voor startende ZZP-ers en MKB-ers, de motor van de groene groei. Herbestemming moet dus een stuk simpeler worden door bijvoorbeeld procedures te vereenvoudigen en gelijk te trekken voor woon- en werkbestemming. Nu steeds meer mensen in de stad willen wonen, met een voorkeur voor werkplekken in de buurt van knooppunten, is er een kans het vervoer te verduurzamen en het aantal files te beperken.

Wat betekent dit voor de Noord-Hollander? 
  • Plannen voor bouwlocaties waar geen behoefte meer aan is, worden geschrapt
  • Leegstand van bedrijventerreinen, kantoren en winkels wordt aangepakt
  • Regionale keuzes en afspraken over behoud en versterking van kernwinkelgebieden
  • In principe geen weidewinkels en outletcentra buiten winkelgebieden
  • Herbestemmen in bestaand bebouwd gebied wordt eenvoudiger

Ruimte voor innovatie

D66 wil ondernemers de ruimte geven om te ondernemen, zeker de innovatieve en duurzame ondernemers. Dat betekent ook dat er voldoende fysieke ruimte beschikbaar moet zijn. De provincie moet daarvoor zorgen door bijvoorbeeld verouderde bedrijventerreinen te laten opknappen of leegstaande panden makkelijker te laten ombouwen, voordat ze nieuwe bedrijventerreinen uitgeeft. Zo geven we voldoende ruimte maar houden we ook onze provincie groen.

Arbeidsmarkt

De werkloosheidscijfers in Noord-Holland blijven een punt van aandacht. De provincie heeft een taak om weer ruimte te bieden aan de verschillende sectoren om groei tot stand te brengen. Daarbij is het cruciaal dat een goed vestigingsklimaat gewaarborgd is. Tevens moeten goede vervoersvoorzieningen zorgen voor een goed woon- en werkverkeer.

D66 wil dat de provincie meer doet om het onderwijs af te stemmen op de economische structuur. Daarom wil D66 dat de provincie mbo- en hbo-scholen en bedrijven bij elkaar brengt om af te stemmen wat het bedrijfsleven verwacht van scholen (welke vaardigheden), en andersom (bijvoorbeeld stages en banenkansen).

Wat betekent dit voor de Noord-Hollander? 
  • Wie duurzaam wil innoveren, krijgt daarvoor de ruimte
  • Betere kansen op werk voor schoolverlaters
  • Beter opgeleid personeel voor het bedrijfsleven

Water, groen, landschap en cultuur als economische dragers

Water, groen en cultuur kennen allen een economische component die in het provinciale beleid naar voren moet komen en benut moet worden. D66 wil dat het programma Water als Economische Drager voortgezet wordt. De economische en toeristische potentie van de vele waterwegen in Noord-Holland moet volgens een helder plan worden benut.

Het openstellen van natuurgebieden levert ook kansen op voor werkgelegenheid en op het betaalbaar houden van natuurbeheer. Op het gebied van natuurbeheer moet de Provincie inzetten op combinaties met de agrarische sector.

Noord-Holland kent een grote hoeveelheid cultuurhistorische landschappen en objecten. D66 ziet deze niet als “te conserveren museumstukken” die louter geld kosten, maar als een verrijking van het Noord-Hollandse landschap met grote waarde voor de ruimtelijke kwaliteit en zet in op het benutten van het toeristisch potentieel en de waarde voor het woon- en vestigingsklimaat in Noord-Holland.

Wat betekent dit voor de Noord-Hollander? 
  • Altijd oog voor de economische component bij vraagstukken over water, landschap en cultuur
  • Meer mogelijkheden voor waterrecreatie
  • Meer mogelijkheden voor recreatie in natuurgebieden

Laatst gewijzigd op 22 februari 2015