Steun ons en help Nederland vooruit

Ruimtelijke ordening en wonen

Noord-Holland blijft een plek waar je graag woont, werkt en leeft. Water, woningbouw, natuur, landbouw en infrastructuur vechten om aandacht. Van ons kunt u heldere keuzes verwachten met een duidelijke ruimtelijke toekomstvisie. De provincie moet gemeenten verder laten kijken dan de gemeentegrens en ze laten samenwerken. We moeten zorgen dat plannen voor winkelcentra, bedrijventerreinen, woonwijken en wegen op elkaar afgestemd worden. Getuige de overschotten aan kantoren, bedrijventerreinen en winkelvoorzieningen en de tekorten aan woningen is die regiefunctie van essentieel belang. Vanzelfsprekend moet ook de betrokkenheid van de inwoners verbeterd worden. We zijn bewust bezig met, en stimuleren de discussie over ruimtelijke kwaliteit met inzet van de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit ( PARK) en Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO).

Vitaal platteland

Natuur, landschap, water en erfgoed gaan in Noord-Holland prima samen en trekken veel bezoekers. Een goede organisatie en financiering van het beheer is dan ook essentieel. Onze provincie kent veel bijzondere gebieden die beschermd worden. Toch moet er ruimte zijn voor initiatieven die het karakter versterken. Bijzondere landschappen als de Stelling van Amsterdam, de Beemster en de Waddenzee staan op de UNESCO Werelderfgoedlijst, maar Waterland, Laag Holland, de Binnenduinrand, West-Friese omringdijk en de veenweidegebieden van het Groene Hart hebben minstens zoveel waarde.

Belangrijk is ook dat het Nationaal Natuurnetwerk (voormalige Ecologische Hoofd Structuur) wordt afgemaakt en dat de provincie de aandacht richt op de aanpassingen om te kunnen gaan met de zeespiegelstijging, de verzilting en de bodemdaling. Het beschermen van natuurgebieden gaat hand in hand met het openstellen ervan. Wij vinden dat zoveel mogelijk bezoekers moeten blijven genieten van het Noord-Hollandse landschap.

Krachtige steden

Steden en stedelijke regio’s bepalen de economische kracht; de metropoolregio Amsterdam voorop. De nieuwe economie met een andere balans tussen produceren en consumeren, thuiswerken en recreëren, heeft gevolgen voor de ruimtelijke inrichting in en rond steden.

Veel steden in Noord-Holland doen het goed. Niet alle steden profiteren echter van de steeds meer stedelijk gerichte economie. ‘Nieuwe’ steden en meer eenzijdig opgebouwde steden in de provincie kennen een minder positieve dynamiek. D66 wil dat de provincie hierin een positieve rol speelt door gemeenten bij elkaar te brengen en ervoor te zorgen dat de ruimtelijke ontwikkeling van de steden op elkaar aansluit, de steden elkaar niet nodeloos beconcurreren en verbindingen tussen stad en land tot stand komen.

Wat betekent dit voor de Noord-Hollander?
  • Krachtige steden door de verbindende rol van de provincie
  • Vitaal platteland: beschermd, maar ook toegankelijk voor mensen
  • Een sterke provincie door goede samenwerking tussen gemeenten

Wonen en ruimte

De prognose is dat de metropoolregio Amsterdam (inclusief Almere) tot 2040 ongeveer 300.000 nieuwe woningen nodig heeft. Het grootste deel zal in Noord-Holland een plek vinden. We hebben geleerd van de recente economische crisis en de effecten daarvan op de vraag naar nieuwe woningen. D66 staat daarom voor een divers woningaanbod, waarbij er tot 2040 steeds zeer gebiedsgericht, vraaggericht en flexibel wordt gekeken naar de beste plek voor nieuwe woningen.

De komende periode hebben we geen behoefte aan nieuwe grote uitbreidingslocaties , voor woningen noch voor bedrijven. Hiermee ondersteunt D66 Noord-Holland de verdichting in de steden. Het open karakter van onze provincie is ons veel waard. De maatschappelijke voordelen van binnenstedelijk bouwen, zoals efficiënter gebruik van voorzieningen en infrastructuur, en het verkleinen van de stedelijke druk op natuur en landschap, wegen ruim op tegen de extra kosten.

In gebieden waar bevolkingskrimp dreigt, moet de provincie ertoe bijdragen dat krimp en kwaliteit samen kunnen gaan, zodat deze gebieden vitaal en leefbaar blijven.

In de stedelijke gebieden (zoals die van Amsterdam, Alkmaar, Amstelveen, Haarlem, Hilversum, Hoorn, Den Helder, Zaanstad), stelt de provincie zich wat D66 betreft terughoudend op. Bij gemeente-overschrijdende belangen moet de provincie zich vanzelfsprekend niet afzijdig houden. Denk daarbij aan (regionaal afgestemde) knooppuntontwikkeling bij OV-stations en –haltes, ontwikkelingen die de doorstroming op provinciale wegen beïnvloeden of activiteiten in het Natuurnetwerk Nederland.

Wat betekent dit voor de Noord-Hollander? 
  • Een divers aanbod aan woningen
  • Alleen nieuwe woningen binnen bestaand bebouwd gebied
  • Geen nieuwe woningen in open landschap tot in ieder geval 2025
  • Leefbare krimpgebieden door krimp en kwaliteit samen te laten gaan. 

Algemene planologische benadering

Voorbeelden van grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen zijn: nieuwe hoogspannings- leidingen, windturbines en installaties voor zonne- energieopwekking. Wanneer keuren we grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen wel goed en wanneer niet? D66 is daar helder over. De provincie kan wat ons betreft kiezen uit drie richtingen:

1. ́ja, mits ́

De provincie zegt ja als het gaat om gebieden die veelvuldig worden gebruikt voor wonen, werken, reizen en recreëren. Grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen zijn dus niets nieuws en dragen bij aan de verdere ontwikkeling van deze gebieden. Nieuwe hoogspanningsleidingen, windturbines en installaties voor zonne-energieopwekking, passen hier dan ook in principe wel. Het bovenstaande geldt in alle gevallen, mits het milieu het toelaat, de landschappelijke kwaliteit is meegewogen én er zorgvuldig is geluisterd naar bewoners. Voorbeelden van ‘ja, mits’-gebieden zijn: de Wieringermeerpolder, het Noordzeekanaalgebied en het Noord- Hollandskanaal.

2. ́nee, tenzij ́

De provincie zegt nee tegen grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen als natuurgebieden een status als beschermd landschap hebben. Nieuwe hoogspanningsleidingen, windturbines en installaties voor zonne-energieopwekking, passen hier dan ook in beginsel niet. Het begrip ‘grootschalig’ is in deze benadering overigens relatief. Dat betekent dat in sommige onbebouwde landschappen een beperkte toename van de bebouwing reeds afbreuk doet aan het landschap, terwijl in andere landschappen eenzelfde toename daarvoor geen gevolgen heeft.

Het bovenstaande geldt voor ons in alle gevallen, tenzij er sprake is van groot openbaar belang én er geen reële alternatieven zijn. Alleen dan wordt er van nee afgeweken. Voorbeelden van ‘nee, tenzij’- gebieden zijn: Natura2000-gebieden, Het Nationaal Natuurnetwerk, de Stelling van Amsterdam, de Waddenzee, Waterland, Laag Holland, de Binnenduinrand, West-Friese omringdijk en de veenweidegebieden in het Groene Hart.

3. ‘Wellicht’-benadering

De provincie zegt ‘wellicht’ tegen grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden waarin het provinciale inmenging in principe niet nodig acht. De provincie laat hier de keuze over aan (de bestuurders en bewoners) van gemeenten. Vanzelfsprekend gelden ook hier wel de (al vastgestelde) landelijke en provinciale eisen op bijvoorbeeld het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Voorbeelden van ‘wellicht’-gebieden zijn: bestaande bebouwde gebieden in Amsterdam, Alkmaar, Haarlem en Hilversum.

Nieuwe alleenstaande windmolens

In 2014 is een keuze gemaakt wat betreft de opstelling van vrijstaande enkelvoudige windturbines. D66 is niet gelukkig met deze keuze, aangezien deze de keuzevrijheid van burgers en ondernemers sterk inperkt en het vergroten van het aandeel hernieuwbare energie mogelijk doorkruist. De keuze geeft ook geen ruimte aan gebiedsgericht maatwerk. Om die reden wil D66 de bovenstaande planologische aanpak (met ‘nee, tenzij’, ‘ja, mits’ en ‘wellicht’- gebieden) ook voor nieuwe vrijstaande enkelvoudige turbines gebruiken. De landschappelijke, ruimtelijke en milieu kwaliteit staat daarmee centraal in de afweging.

Wat betekent dit voor de Noord-Hollander?
>  Alleen grootschalige bouwprojecten als er aan ruimtelijke voorwaarden wordt voldaan 
>  Alleenstaande windmolens mogelijk na zorgvuldige afweging

Ruimte voor ruimte regeling

Het CPB waarschuwt voor een flinke toename in de leegstand van agrarische bebouwing. Dit betekent voor D66 dat de ‘Ruimte voor Ruimte’- regeling in de provincie van kracht blijft. Ook andere maatregelen moeten er voor zorgen dat leegstand tegen gegaan wordt.

Het slopen van leegstaande boerderijen, stallen en schuren zal onvermijdelijk zijn. D66 wil goede sloopregelingen die niet één op één gekoppeld zijn aan een subsidie of andere financiering voor nieuwe woningen op dezelfde plek. Extra woningen mogen alleen gebouwd worden bij kernen.

Wat betekent dit voor de Noord-Hollander? 
>  Leegstaande agrarische percelen krijgen nieuwe functie of worden gesloopt. 
>  Bij sloop niet zomaar subsidie of garantie op nieuwbouw.

Ordening van de ondergrond

We halen aardwarmte, aardgas, zout en grind uit de grond, maar slaan ook warmte, koude en water op in de bodem. Bovendien leggen we tal van leidingen onder de grond. Deze activiteiten beïnvloeden het milieu en kunnen elkaar in de weg zitten. Een goede ordening, waarbij samenwerking wordt gezocht met betrokken instanties en ondernemingen, is dus essentieel.

Schiphol

Schiphol is van grote betekenis voor de economische kracht van Noord-Holland. Tegelijkertijd levert de luchtvaart hinder op voor omwonenden. Alle ontwikkelingen rondom de luchthaven moeten dan ook inzichtelijk gemaakt worden voor iedereen. We zijn positief over de nieuwe Omgevingsraad Schiphol. De provincie moet de omwonenden van Schiphol helpen zich te organiseren. D66 steunt de versterking van de luchthaven. Tegelijkertijd willen we de hinder inperken door bestaande afspraken (maximaal 510.000 vliegbewegingen) na te komen en de beoogde overloop naar Lelystad en Eindhoven. D66 wil geen extra start- en landingsbaan voor Schiphol.

De provincie heeft in grote mate de regie op Schiphol. De Rijksoverheid heeft de ruimtelijke taken naar de provincies gedecentraliseerd. Toch blijft er Rijksbeleid bestaan dat deze bevoegdheid inperkt. Zelfs binnen het bestaande bebouwde gebied gelden diverse beperkingen, ondanks dat de veiligheid niet in het geding is. Transformatie van in onbruik geraakte kantoren en industrie- en haventerreinen wordt hierdoor bemoeilijkt. De Raad voor leefomgeving en infrastructuur (Rli) adviseerde om de Rijksbemoeienis te beperken tot een zone direct om de luchthaven waar veiligheid in het geding is (op de grond en in de lucht). D66 is het daarmee eens.

Waterland en Zuidoost-Beemster

Het project Waterlands Wonen wil D66 heroverwegen. Alleen als er een aantoonbare woningbehoefte is, kan er bijgebouwd worden. Het project Bennewerf op Marken krijgt wat ons betreft geen medewerking van de provincie. Bebouwing van de Zuid-Oost Beemster gaat niet verder dan thans op basis van de uitspraak van de Raad van State mogelijk is gemaakt. De Provinciale Structuurvisie en de Provinciale Verordening worden daarvoor verduidelijkt en worden wat D66 betreft strikt gehandhaafd.

Wat betekent dit voor de Noord-Hollander? 
  • Waterlands Wonen heroverwegen. 
  • Sterke Omgevingsraad Schiphol voor omwonenden 
  • Geen extra start- en landingsbaan Schiphol

Ruimtelijke ontwikkeling van de havens

De havens van Amsterdam, Zaanstad, Beverwijk en Velsen zijn samen de vierde haven van Europa en zijn daardoor belangrijk voor de economie en de werkgelegenheid. D66 wil duurzame activiteiten in de havens blijven stimuleren, maar sluit niet uit dat op termijn extra ruimte nodig is. Voor het komende decennium geldt dat D66 – in lijn met de inzet tijdens de afgelopen bestuursperiode – staat voor openhouden van de Houtrakpolder als bufferzone. Omdat herstructurering en intensivering van bestaande havenareaal het uitgangspunt is, is in deze periode uitbreiding niet aan de orde.

Wat betekent dit voor de Noord-Hollander? 
  • Grote zeesluis IJmuiden in 2019 vervangen
  • Coen- en Vlothaven worden geen woongebied voor 2040
  • Havenactiviteiten worden duurzamer

Laatst gewijzigd op 22 februari 2015